|
|
|
|
LEVEND BEGRAVEN DE INDISCHE GRAFTEMPEL VAN P.J. SELBACH |
|
|
||||||||||||||||||||
|
door het leven ging als fakir Rano was afkomstig uit Medemblik.. Zijn echte naam was Jan Postma, zijn bijnaam Jan de danser. Postma sloeg al vrij jong aan het zwerven en verdiende onder andere de kost als boniseur op de kermis. Ook werkte hij ooit bij circus Saltarino. |
|
Toen Selbach Jan Postma in dienst nam als fakir stond deze met een speelgoedbak op de Utrechtse kermis. Hij wilde in eerste instantie liever helemaal niet onder de grond en zag liever dat zijn nieuwe baas zelf de kist inging, zodat hij zelf bovengronds als boniseur zou optreden. Selbach wilde daar echter niet aan beginnen en wist Postma uiteindelijk over te halen zijn taak als Indische fakir te volbrengen. |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zodra er na aankomst de tent was opgebouwd, moest er een kuil gegraven worden van ongeveer 2.5 meter diep. In bijna iedere gemeente mocht je nauwelijks pinnen in de grond slaan, maar zij moesten wel graven, zoals midden op de Grote Markt in Groningen. Tijdens dat graven kwam je van alles tegen, zoals stukken asfalt, oude riool buizen, stukken ijzer en kapotte gasbuizen. |
|
|
|
Gedurende de kermisdagen kon het publiek tegen betaling een blik werpen door de koker, waar zij door het ruitje in het deksel van de kist, de fakir konden zien liggen. Op de laatste avond van de kermis kwam de politie weer met de sleutel en werd onder zeer grote belangstelling de fakir weer naar boven gehaald. Wat het publiek niet wist en natuurlijk ook niet mocht weten, was dat de fakir toch zijn ondergronds verblijf kon verlaten. Dit gebeurde door het glazen ruitje in de kist en dan verder door de koker. Hoe dit precies gebeurde is niet bekend, maar waarschijnlijk lag de fakir alleen tijdens de openingsuren van de kermis onder de grond met een doosje vitaminepillen en een fles water. Aan het einde van het kermisseizoen kwam het theater van Selbach te koop. Men had toen onder andere de kermissen van Helmond, Den Helder, Zwolle, Hoorn en Schiedam bezocht. In 1956 keerde de Indische graftempel niet terug op de kermis. Over het leven van Jan Postma, alias Jan de Danser, verscheen ooit een boek, waarin al zijn activiteiten ter sprake kwamen. In dit boek werd ook een hoofdstuk besteed aan zijn tijdelijke functie als fakir Rano. H. van Oers |
|
|
|