logo009

LEVEND BEGRAVEN

DE INDISCHE GRAFTEMPEL

VAN P.J. SELBACH

De familie Selbach is in Nederland bekend geworden door de exploitatie van diverse soorten kijkwerk. Stamvader Peter was burger en werd op zijn zeventiende verliefd op een meisje van de kermis. Dat was Jacoba Johanna Vermeulen en na niet te lange tijd trouwden zij. Ruim 25 jaar reisden zij met een vlooientheater. Daarna kwamen er verschillende soorten kijkwerk.

Het was dan ook niet vreemd dat één van hun zonen, John, ook op de kermis kwam met een kijkwerk. John woonde destijds in Purmerend. Hij kwam met een heel bijzonder theater: DE INDISCHE GRAFTEMPEL. Dit theater zorgde op de kermis voor heel wat opschudding. Het theater heeft vermoedelijk slechts één seizoen gereisd en dat was in 1955. Misschien vond de fakir het ondergrondse leven saai en is hij zijn kunsten bovengronds gaan vertonen.

De eerste fakir die bij Selbach in dienst trad was een Oostenrijker die echter halverwege het seizoen de kuierlatten nam en met de noorderzon verdween. Gelukkig vond Selbach een nieuwe fakir en was blij dat hij in ieders geval het lopende seizoen af kon maken. Deze nieuwe artiest, die voorlopig

Indische graftempel van J. Selbach

door het leven ging als fakir Rano was afkomstig uit Medemblik.. Zijn echte naam was Jan Postma, zijn bijnaam Jan de danser. Postma sloeg al vrij jong aan het zwerven en verdiende onder andere de kost als boniseur op de kermis. Ook werkte hij ooit bij circus Saltarino.

Toen Selbach Jan Postma in dienst nam als fakir stond deze met een speelgoedbak op de Utrechtse kermis. Hij wilde in eerste instantie liever helemaal niet onder de grond en zag liever dat zijn nieuwe baas zelf de kist inging, zodat hij zelf bovengronds als boniseur zou optreden. Selbach wilde daar echter niet aan beginnen en wist Postma uiteindelijk over te halen zijn taak als Indische fakir te volbrengen.

Fakir Rano voordat de kist gesloten wordt

Fakir Rano voordat de kist gesloten wordt.

Het verblijf van de fakir

Het verblijf van de fakir.

Fakir Rano in de kist voordat de koker wordt geplaatst

Fakir Rano in de kist voordat de koker
wordt geplaatst.

Zodra er na aankomst de tent was opgebouwd, moest er een kuil gegraven worden van ongeveer 2.5 meter diep. In bijna iedere gemeente mocht je nauwelijks pinnen in de grond slaan, maar zij moesten wel graven, zoals midden op de Grote Markt in Groningen. Tijdens dat graven kwam je van alles tegen, zoals stukken asfalt, oude riool buizen, stukken ijzer en kapotte gasbuizen.

De kist had aan het hoofdeinde een glazen ruit met lampjes er in, zodat je de fakir kon zien liggen als je door een koker naar beneden keek. Dan was het zover, bij aanvang van iedere kermis werd de fakir onder grote belangstelling in zijn kist geholpen, waarna men deze liet zakken in een vooraf gegraven kuil binnen in de tent. In het deksel van de kist zat een ruitje en hier bovenop werd een koker geplaatst. Daarna werd de kuil dichtgegooid en zat de fakir gevangen onder de grond. De sleutel van de kist werd meestal meegegeven aan de politie om het publiek te overtuigen dat er geen bedrog in het spel was.

Één keer is het bijna mis gegaan. De fakir lag er nog geen minuut in, of hij begon al te bellen en maakte duidelijk dat hij dreigde te stikken.! Paniek dus. Hij had gelijk. Hij werd langzaam blauw, er moest dus met spoed gegraven worden om die kist weer vrij te maken van zand om het deksel er af te halen. Gelukkig was hij weer snel op de been. Wat was het geval. De kist was geschilderd. Drie keer in de lak, echt mooi in de verf gezet. Dat was dus niet handig, om er dan iemand in te leggen, want die moest wel gebrek aan lucht krijgen, ook al ben je fakir. Een dergelijke kist moet poreus zijn en kunnen ademen. De kist werd schoongemaakt met soda om hem weer poreus te krijgen.

De kist wordt opgegraven.

De kist wordt opgegraven

Gedurende de kermisdagen kon het publiek tegen betaling een blik werpen door de koker, waar zij door het ruitje in het deksel van de kist, de fakir konden zien liggen. Op de laatste avond van de kermis kwam de politie weer met de sleutel en werd onder zeer grote belangstelling de fakir weer naar boven gehaald. Wat het publiek niet wist en natuurlijk ook niet mocht weten, was dat de fakir toch zijn ondergronds verblijf kon verlaten. Dit gebeurde door het glazen ruitje in de kist en dan verder door de koker. Hoe dit precies gebeurde is niet bekend, maar waarschijnlijk lag de fakir alleen tijdens de openingsuren van de kermis onder de grond met een doosje vitaminepillen en een fles water. Aan het einde van het kermisseizoen kwam het theater van Selbach te koop. Men had toen onder andere de kermissen van Helmond, Den Helder, Zwolle, Hoorn en Schiedam bezocht. In 1956 keerde de Indische graftempel niet terug op de kermis. Over het leven van Jan Postma, alias Jan de Danser, verscheen ooit een boek, waarin al zijn activiteiten ter sprake kwamen. In dit boek werd ook een hoofdstuk besteed aan zijn tijdelijke functie als fakir Rano.

 H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl