logo009

DE CARROUSELS

VAN

ADOLF SPEELMAN

Adolf Speelman werd in 1883 geboren in het plaatsje Zuidbroek bij Groningen. Het was de bedoeling dat hij in het landbouwbedrijf van zijn vader zou gaan werken, maar het liep toch allemaal anders.

DE DRAAIMOLEN WAS ZIJN LEVEN
een artikel geschreven door H.G. Dahmen voor De Komeet.

Als Adolf Speelman op een kermisterrein is, dan kan je hem daar meestal vinden bij de draaimolen. Hij luistert naar de melodie, die het orgel speelt en kijkt naar de paarden en de gondels. Ook wij houden van de draaimolen, maar Adolf Speelman kijkt er naar met vertederde blik in zijn ogen, waarin wij kunnen lezen dat hij de draaimolen bemint. Het is immers zijn oude nooit vergane liefde, want het grootste deel van zijn leven was hij met de draaimolen op reis.

BANKETBAKKER
Adolf Speelman werd geboren in 1883 te Zuidbroek in de provincie Groningen. Oorspronkelijk komt hij niet van de kermis, want vader had o.a. een landbouwbedrijf. Het was echter niet de bedoeling dat Adolf in het bedrijf van zijn vader zou worden opgenomen en zo ging hij na zijn school naar de stad Groningen om daar bij een banketbakker in de leer te gaan. Enige jaren heeft hij daar gewerkt tot de militaire dienst hem riep. Het was echter niet voor lange tijd, want na vier weken werd hij afgekeurd. Na zijn militaire pak te hebben uitgetrokken ging Adolf naar huis, waar vader zei, dat hij zo spoedig mogelijk weer als banketbakker aan de slag zou gaan.

Maar de jonge Speelman, die reeds als kind onweerstaanbaar door de kermis werd aangetrokken, voelde er niets voor om zijn oude beroep weer op te vatten. ‘Ik bleef thuis’ vertelt hij, ‘en veel werd er gesproken over mijn wens om in het kermisbedrijf mijn brood te gaan verdienen’.

EIGEN DRAAIMOLEN
Toen er een draaimolen te koop was bij Martin Meijer in Veendam, zei vader, ’als je er zin in hebt, dan gaan we eens kijken, misschien is het wat voor ons’. De volgende morgen zijn we er heen gegaan. Bij het huis van Meijer stond de molen opgebouwd. Ik keek mijn ogen uit, nergens had ik zo’n mooie draaimolen gezien, met zestien ridderpaarden en vier gondels, waarvan twee beweegbaar. Het schilder- en decoratiewerk was prachtig en binnenin de molen speelde een 50 toets Wellerhaus cylinderorgel de heerlijkste melodiën.
Ook de verlichting was geweldig. Er hingen 32 petroleumlampen in de kap en er waren 80 staande petroleumlantaarns, die allen met de molen mee draaiden. Rond de mast bevond zich een heel mooi gedraaide koperen ring met 30 gaslampen, een unicum voor die tijd.

Vader sprak met Martin Meijer en voor f.4500.-- , een voor die dagen een enorme som, werd hij eigenaar van de draaimolen. Alles was er bij inbegrepen, 2 paarden, de woonwagen, een grote pakwagen en een orgelwagen.

DRAAIMOLEN M.MEIJER 1910

DRAAIMOLEN M.MEIJER 1910

Een paar dage later kwam het hele spul naar Zuidbroek, waar we de molen opbouwden en haar lieten draaien. De hele bevolking van Zuidbroek liep uit om naar de draaimolen van Speelman te gaan kijken, welke in ons dorp het gesprek van de dag was. Bijna kwam er een kink in de kabel, want toen de molen in Zuidbroek draaide, kwam architect Sikkema uit Wildervank, die haar wilde kopen. Hij deed vader een bod van f.9000.--. Deze was hierdoor zo verbluft dat hij over verkoop begon te praten. ‘Het huilen stond me nader dan het lachen’, vertelt Adolf. ‘Ik ben toen gauw naar moeder gegaan om haar te vertellen wat vader van plan was’. Ze keek me aan en zei: ’Adolf, als jij de molen graag wilt houden en als je me belooft, dat je goed je best zult doen, dan gaat ze niet weg, al wil die man er f.1000.000.—voor geven’. Moeder ging naar buiten en mengde zich in het gesprek tussen vader en Sikkema. De koop ging niet door en de molen bleef van ons.

Onze eerste kermis was in Bareveld bij Wildervank. Met Pasen 1904 draaiden we daar bij café Ottens. Het werd een succes, de mensen hingen uit de molen. Na Bareveld gingen we naar Eenrum. Er waren daar drie draaimolens en onze concurenten waren uit jaloersheid zo spinnijdi9g over onze prachtige molen, dat het bijna op vechten uitliep. Ook in Eenrum trokken we veel publiek. Zo ging het verder. Het eerste jaar moest er toch nog een beetje geld bij. Omdat we niet genoeg plaatsen hadden. Maar het tweede jaar ging het veel beter en maakten we goede zaken.

EEN TWEEDE MOLEN
Een paar jaar later kocht ik zelf een draaimolen van Rensema. Vader en mijn broer Fokko bleven reizen met de molen van Martin Meijer. Na mijn trouwen met de dochter van Martin Meijer reisden we in de provincie Groningen, een enkele maal ook in Friesland en Drenthe. Het hele spul vervoerden we per schip. Eenmaal met de reis bekend, was het vinden van plaatsen niet zo moeilijk en de pachtsommen waren niet zo hoog als tegenwoordig. Voor twintig of vijf en twintig gulden was je de man en je inschrijf biljet was een briefkaart met ‘betaald antwoord’.

Het leven ging verder, de molen draaide, het orgel speelde en op mijn vraag waar de molen van Martin Meijer is gebleven, vertelt Arnold : ’Ik stond met mijn draaimolen in Terneuzen. Het was of ik een voorgevoel had, dat er iets onaangenaams zou gebeuren. ’s-Nachts brak ik af want ik wilde naar Zuidbroek, waar de molen van vader stond. Toen ik thuis kwam, was vader bezig de molen af te breken . Met tranen in de ogen vertelde hij mij, dat mijn broer Fokko het ouderlijk huis had verlaten en was weggegaan‘. Vader zei: ’Adolf, jij kunt de molen krijgen, want ik heb er geen zin meer in‘. Mijn hart brak bijna, maar ik wist dat ik het niet kon doen. We waren thuis met acht kinderen. ‘Nee vader, dat gaat niet om de anderen’.
‘We hebben toen een advertentie in de courant gezet en veertien dagen later werd de prachtige molen verkocht aan Jan Nieken. Toen hij haar kwam halen, hebben we gehuild. Ik ben blijven reizen met de molen, die ik van Rensema had gekocht. We hebben een goed leven gehad en als ik opnieuw zou moeten beginnen, dan zou het weer op de kermis zijn. Ik heb er nooit spijt van gehad’, zegt Adolf.

GROOT SUCCES
In Winschoten draaiden we tot de lantaarns in de stad uitgingen en het daglicht doorbrak. De mensen hingen aan de koperen stangen om toch maar te kunnen meedraaien. Één cent per rit. Op de Vischmarkt in Groningen, stonden we op 28 augustus met zeven draaimolens. Niet alleen ons orgel lieten we spelen, maar we maakten ook muziek met een trompet en een kleine en een grote trom.

Speelman is bewogen als hij aan die dagen terugdenkt. Een leven voor hem om nooit te vergeten, met het besthartelijk vrouw en de kinderen. In 1943 ben ik ermee opgehouden. Mijn vrouw was ziekelijk en ik kon niet langer op reis. Op een nacht in 1946 is ze gestorven, het zal me altijd bijblijven. ‘Nee’, het is niet meer zoals vroeger, er zijn wel mooie zaken, maar de romantiek is verdwenen. Ik kan er niet buiten. Vijftien jaar ben ik in Groningen in de kost geweest, maar ik heb later weer een woonwagen gekocht. In 1946 heb ik mijn draaimolen overgedaan aan mijn zoon Fokko, maar die heeft haar allang niet meer. Er gaat niets boven de kermis. ’s-Winters woon ik in mijn wagen en als het voorjaar wordt, dan ga ik met mijn zoon Hennie mee. Zijn vrouw en hij zijn erg goed voor mij en ik heb het er best naar mijn zin’.

Tot zover het verhaal van de heer Dahmen.

Adolf Speelman werd geboren op 17 augustus 1883 in Zuidbroek. Zijn ouders waren burgers. Op 23 februari 1907 trouwde hij met Johanna Frederike Sophia Meijer. Zij was de dochter van Martin Meijer. Zij kregen drie kinderen. Van de oudste zoon Hendrik (Hennie) hebben wij eerder twee verhalen gepubliceerd: ‘De Calypso’ en ‘Speelman reist naar Wenen’. Adolf Speelman werd 85 jaar en overleed op 8 juni 1969 te Deventer, zijn vrouw Sophia overleed in 1946. 

Zweefmolen van A.Speelman2

Zweefmolen van A.Speelman

In het verhaal van de heer Dahmen wordt uitsluitend gesproken over de draaimolens, maar er zijn foto’s en een advertentie van A. Speelman met een zweefmolen. Het is mogelijk dat de draaimolen voor de avonduren omgebouwd werd tot zweefmolen. Een gebruik dat tot op de dag van heden in de noordelijke provincies nog steeds voorkomt.

 

CarSpeAdv

Uit oude archieven blijkt dat A. Speelman en Zn. ook met een opgooi zweefmolen gereisd hebben, hierin stond toen het 50 toets Wellerhaus cylinderorgel.

N.B. Als u meer informatie heeft, houden wij ons aanbevolen.

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl