|
In de beginjaren werd de muziek verzorgd door een gehuurd orgel, dat eigendom was van de firma Huijgens. Later werd in het Zeeuwsche IJzendijke een Gavioli - orgel gekocht. Dit orgel, met een lengte van ongeveer drie meter, stond op een wagen waarvan alle schotten, maar ook de kap verwijderd konden worden. Hierdoor kon het orgel verder worden uitgebouwd. De Gavioli werd in het begin nog wel met de hand gedraaid. Hiervoor had Nijpels een vaste orgeldraaier in dienst, een zekere Simon, die afkomstig was uit de omgeving van Alkmaar. Deze was, zo werd beweerd, nog gekker op het orgel, dan een moeder op haar kind. Hij presteerde het eens, op de kermis te Goes, om van ’s-middags twee uur tot de volgende ochtend half zes, zonder ophouden te draaien. In die periode gunde hij zich geen tijd om te eten, maar werkte wel zo’n vijftig pilsjes weg en ook nog de nodige koppen koffie. Hij wilde beslist niet dat anderen zijn werk overnamen, want hij wilde niet dat er iemand aan het orgel kwam.
Er reisden in die periode diverse andere danssalons, zoals F. Schulte, F. Desmet en H. Bakker. Met deze exploitanten had Henrie Nijpels een goede verstandhouding en ze kwamen daarom niet in elkaars vaarwater.
Nijpels reisde landelijk en heeft daarom in de loop der tijd veel verschillende kermissen bezocht. In de jaren rond de Eerste Wereldoorlog en ook al daarvoor, werden in Groningen tijdens de meikermis nooit reizende dansgelegenheden toegelaten, omdat er vaak tijdens dansavonden in de plaatselijke cafés ongeregeldheden voorkwamen. Inschrijvingen werden dan ook altijd direct terzijde gelegd. Toen het nieuwe front van de Danssalon eens geschilderd moest worden liet Nijpels dit verzorgen door een zekere van der Meeren, die soms ook wel eens voor J.W. Janvier werkte. Deze adviseerde Nijpels om in plaatst van Danssalon eens de benaming ‘balzaal’ te gebruiken. Aldus geschiedde en Nijpels gebruikte vanaf dat moment de benaming ‘balzaal’ ook bij de inschrijvingen, zo ook in Groningen. Dit was in 1920, hetzelfde jaar dat het ongeluk plaatsvond met de rodelbaan van de Gebroeders Hommerson.
Henrie Nijpels bezocht dat jaar wederom de verpachting te Groningen en kwam tot de ontdekking dat dit jaar de inschrijving eens niet terzijde werd gelegd. Enige tijd later kwam het bericht, dat er een plaats was gegund aan H.M. Nijpels te Twello, voor een “balzaal” op de mei-kermis te Groningen, voor een tent groot vierentwintig bij twaalf meter. Toen men voor de kermis arriveerde en er mocht worden opgereden, ging Nijpels vast vooruit om plaatst te vragen aan de marktmeester. Het bleek echter dat de tent niet op de aangewezen plaatst kon staan, vanwege de diepte. De marktmeester en Nijpels gingen samen naar het stadhuis om de inschrijving nog eens goed na te kijken. Van Nijpels zijde was er geen fout gemaakt, de gemeente had zich echter vergist met diepte en frontbreedte. Hierop zei één van de ambtenaren dat er nog nooit een ballenwerptent op de kermis had gestaan, die dieper was dan breed. Toen men vroeg wat voor zaak Nijpels eigenlijk exploiteerde en deze antwoordde dat hij een doodgewone Danssalon had en geen tent waar men met ballen kon gooien, gingen de heren bijna door het plafond. De naam ‘balzaal’ had hen in de war gebracht. Het woordenboek werd er bij gehaald om na te gaan of ‘balzaal’ en danstent wel hetzelfde betekende en uiteindelijk gaf de gemeente toe een fout te hebben gemaakt.
|