logo009

DE DANSSALON

VAN HENRIE NIJPELS

In 1911 besloten de heer Henrie M. Nijpels en zijn vrouw C.Panman uit Twello, die beiden uit het cafébedrijf met dansgelegenheid afkomstig waren, een DANSSALON te laten bouwen en deze te exploiteren op de kermis. Een timmerman uit Twello kreeg de opdracht. De tent bestond geheel uit houten schotten. Het dakzeil werd vervaardigd door de firma Tasselaar uit Tiel. Binnenin de tent werd tegen het plafond een hemel gemaakt van rood doek, hetgeen door mevrouw Nijpels eigenhandig werd gemaakt. Men ging reizen met drie gesloten pakwagens van het merk Buschbaum en één salonwagen. Op alle wagens stond keurig geschilderd: “Henrie Nijpels”. Het transport geschiedde per trein en vanaf de koplading van de diverse stations ging het verder naar het kermisterrein met gehuurde paarden. In Deventer geschiedde dit door de stalhouderij van de firma Sonnenberg en in Tilburg door de firma van Casteren.

De danssalon opgebouw achter het pakhuis te Twello in 1912

De danssalon opgebouw achter het
pakhuis te Twello in 1912

De verlichting bestond in eerste instantie uit acetyleenlampen, maar toen er later bijna overal elektriciteit beschikbaar kwam en de verlichting was aangepast kreeg Nijpels, maar ook andere exploitanten, weleens stroom van één van de locomobielen van de firma Hommerson. In het najaar van 1912 of begin 1913 werd er een tobogan van de Rotterdamse exploitant W. Gütlich openbaar in gedeelten verkocht. Henrie Nijpels kocht toen het front voor slechts vijfendertig gulden. Omstreeks 1914 werd het nieuwe front voor de Danssalon geplaatst.

In de beginjaren werd de muziek verzorgd door een gehuurd orgel, dat eigendom was van de firma Huijgens. Later werd in het Zeeuwsche IJzendijke een Gavioli - orgel gekocht. Dit orgel, met een lengte van ongeveer drie meter, stond op een wagen waarvan alle schotten, maar ook de kap verwijderd konden worden. Hierdoor kon het orgel verder worden uitgebouwd. De Gavioli werd in het begin nog wel met de hand gedraaid. Hiervoor had Nijpels een vaste orgeldraaier in dienst, een zekere Simon, die afkomstig was uit de omgeving van Alkmaar. Deze was, zo werd beweerd, nog gekker op het orgel, dan een moeder op haar kind. Hij presteerde het eens, op de kermis te Goes, om van ’s-middags twee uur tot de volgende ochtend half zes, zonder ophouden te draaien. In die periode gunde hij zich geen tijd om te eten, maar werkte wel zo’n vijftig pilsjes weg en ook nog de nodige koppen koffie. Hij wilde beslist niet dat anderen zijn werk overnamen, want hij wilde niet dat er iemand aan het orgel kwam.

Er reisden in die periode diverse andere danssalons, zoals F. Schulte,
F. Desmet en H. Bakker. Met deze exploitanten had Henrie Nijpels een goede verstandhouding en ze kwamen daarom niet in elkaars vaarwater.

Nijpels reisde landelijk en heeft daarom in de loop der tijd veel verschillende kermissen bezocht. In de jaren rond de Eerste Wereldoorlog en ook al daarvoor, werden in Groningen tijdens de meikermis nooit reizende dansgelegenheden toegelaten, omdat er vaak tijdens dansavonden in de plaatselijke cafés ongeregeldheden voorkwamen. Inschrijvingen werden dan ook altijd direct terzijde gelegd. Toen het nieuwe front van de Danssalon eens geschilderd moest worden liet Nijpels dit verzorgen door een zekere van der Meeren, die soms ook wel eens voor J.W. Janvier werkte. Deze adviseerde Nijpels om in plaatst van Danssalon eens de benaming ‘balzaal’ te gebruiken. Aldus geschiedde en Nijpels gebruikte vanaf dat moment de benaming ‘balzaal’ ook bij de inschrijvingen, zo ook in Groningen. Dit was in 1920, hetzelfde jaar dat het ongeluk plaatsvond met de rodelbaan van de Gebroeders Hommerson.

Henrie Nijpels bezocht dat jaar wederom de verpachting te Groningen en kwam tot de ontdekking dat dit jaar de inschrijving eens niet terzijde werd gelegd. Enige tijd later kwam het bericht, dat er een plaats was gegund aan H.M. Nijpels te Twello, voor een “balzaal” op de
mei-kermis te Groningen, voor een tent groot vierentwintig bij twaalf meter. Toen men voor de kermis arriveerde en er mocht worden opgereden, ging Nijpels vast vooruit om plaatst te vragen aan de marktmeester. Het bleek echter dat de tent niet op de
aangewezen plaatst kon staan, vanwege de diepte. De marktmeester en Nijpels gingen samen naar het stadhuis om de inschrijving nog eens goed na te kijken. Van Nijpels zijde was er geen fout gemaakt, de gemeente had zich echter vergist met diepte en frontbreedte. Hierop zei één van de ambtenaren dat er nog nooit een ballenwerptent op de kermis had gestaan, die dieper was dan breed. Toen men vroeg wat voor zaak Nijpels eigenlijk exploiteerde en deze antwoordde dat hij een doodgewone Danssalon had en geen tent waar men met ballen kon gooien, gingen de heren bijna door het plafond. De naam ‘balzaal’ had hen in de war gebracht. Het woordenboek werd er bij gehaald om na te gaan of ‘balzaal’ en danstent wel hetzelfde betekende en uiteindelijk gaf de gemeente toe een fout te hebben gemaakt.

En zo kon het gebeuren dat de zaak van Henrie Nijpels als eerste reizende Danssalon werd toegelaten op de Groninger kermis. De politie kwam tijdens de kermisdagen regelmatig controleren, maar er werd gezellig gedanst onder de voortreffelijke leiding van Gerrit Michels uit Deventer, die eerder trompettist was geweest bij de acrobatentent van Jean Klein. De Groningers kwamen in groten getale. Ook voor hen was dit nieuw, want dansen op de muziek van een orgel kende men daar nog niet. Voor Nijpels werd het in financieel opzicht in ieders geval een groot succes. Omdat alles ordelijk was verlopen bleef in Groningen voortaan de inschrijving voor een Danssalon (balzaal) open staan. Na Nijpels heeft ook Herman Bakker er nog enige malen gestaan. Toen er omstreeks 1922 een tapverbod voor reizende dansgelegenheden werd ingevoerd verkocht Henrie Nijpels de Danssalon aan de heer Masselink, die een café had in de omgeving van Terborg. Tot 1924 reisde de familie nog met een panorama, maar dergelijke zaken, die vooral voor 1900 veel publiek trokken hadden nu inmiddels hun beste tijd gehad.

De danssalon met het front van de voormalige tobogan op de kermis te Groningen

De danssalon met het front van de voormalige
tobogan op de kermis te Groningen

De panoramatent werd dus zodoende geen succes en werd verkocht aan de firma Koning-Wilson die er een paradetent van wilde maken. De salonwagen werd verkocht aan Carl Kulpe.

Het cafébedrijf, dat de familie Nijpels bezat voordat zij gingen reizen hebben zij nooit van de hand gedaan. Zelf hebben zij altijd het café, dat bekend stond onder de naam “Het Paviljoen” geëxploiteerd gedurende de wintermaanden, maar tijdens het kermisseizoen werd het café verhuurd.

De huurder van het café zag zich vanwege een ernstige ziekte genoodzaakt het bedrijf te verlaten, waarna de familie Nijpels besloot weer de volledige exploitatie op zich te nemen. Ondanks het feit dat er niet meer werd gereisd, betekende dit niet dat ook de interesse voor het kermisbedrijf over was. Henrie Nijpels raakte verbonden aan het organisatiebedrijf van Jac. Kleiboer, voor de afdeling kermis en horecabedrijf. Ook werd op een groot stuk grond, dat bij het café van de familie Nijpels lag, tot en met 1939, ieder jaar tijdens de paasdagen een kermis georganiseerd. Deze kermis telde verschillende vaste exploitanten, zoals de firma Akkerman met zweefmolen en golfbaan, C. Kulpe met luchtschommel en Danssalon, R. Lanting met de nougatkraam en J. Dörenberg met schietsalon en lijntrek. De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan deze traditie. Henrie Nijpels bleef zijn hele leven actief. Hij was altijd wars van enig persoonlijk vertoon en gold als de bescheidenheid zelve. De uiterlijke Nijpels stond in schril contrast tot de innerlijke Nijpels. Hij was heel rustig, liep langzaam, reed geen auto of iets dergelijks en ging nooit op vakantie.

De innerlijke Nijpels was precies andersom, hij hoorde snel, zag snel, voelde snel en kon in korte bewoordingen overtuigend zeggen waar het om ging. Deze eigenschappen kwamen hem altijd goed van pas bij de organisatie van de diverse kermissen en andere evenementen. Henrie Nijpels overleed, na een dag ziek te zijn geweest, op 16 maart 1971 te Twello. Hij bereikte de leeftijd van tachtig jaar.

Bron: briefwisseling tussen F.Nijpels en J.Tjeertes Sr. in 1974/1976 en bewerkt door H. van Oers.

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl