|
DE FAMILIE HAAK De ‘Friesche Kap’ was een bekende Koek- en Suikerwerkkraam die zijn reisgebied had in de provincie Noord Holland. De geschiedenis van deze zaak gaat terug tot omstreeks 1840, toen de familie Haak uit Harlingen per beurtschip turf vervoerde naar alle uithoeken van het land. Gedurende de zomermaanden, als er geen vervoer van turf nodig was, ging de familie Haak met hun schip kermisattracties verplaatsen. Dat waren in die tijd hoofdzakelijk schouwburgtenten. Moeder Haak, die na het vroege overlijden van haar man, het bedrijf voortzette, begon tijdens de kermissen tussen de voorstellingen van de reizende schouwburgen in een snel opgezet tentje, allerhande eetwaar te verkopen. Zij verkocht zelfgemaakte oliebollen en men kon er koekslaan, koekhappen en touwtje trekken. Dat waren toch extra inkomsten voor de familie. De verkoop liep steeds beter en op een gegeven moment was de omzet zo hoog, dat werd besloten het turfschip te verkopen en zich helemaal te gaan richten op de verkoop tijdens de kermissen. In eerste instantie reisde men nog met de schouwburgen mee, maar al vrij snel ging men geheel zelfstandig met de verkoopkraam op pad. De originele Deventer koek was in eerste instantie het belangrijkste verkoopartikel. Mevrouw Haak droeg als echte Friezin altijd een Friesche kap op haar hoofd en dit hoofddeksel zou ook het handelsmerk van het bedrijf worden, want al spoedig noemden de klanten haar en haar bedrijf ‘De Friesche Kap’. Toen mevrouw Haak op zevenentachtig jarige leeftijd overleed liet zij haar dochter een florerende zaak na.
|