logo009

DE FRIESCHE KAP

DE FAMILIE HAAK
De ‘Friesche Kap’ was een bekende Koek- en Suikerwerkkraam die zijn reisgebied had in de provincie Noord Holland. De geschiedenis van deze zaak gaat terug tot omstreeks 1840, toen de familie Haak uit Harlingen per beurtschip turf vervoerde naar alle uithoeken van het land. Gedurende de zomermaanden, als er geen vervoer van turf nodig was, ging de familie Haak met hun schip kermisattracties verplaatsen. Dat waren in die tijd hoofdzakelijk schouwburgtenten. Moeder Haak, die na het vroege overlijden van haar man, het bedrijf voortzette, begon tijdens de kermissen tussen de voorstellingen van de reizende schouwburgen in een snel opgezet tentje, allerhande eetwaar te verkopen. Zij verkocht zelfgemaakte oliebollen en men kon er koekslaan, koekhappen en touwtje trekken. Dat waren toch extra inkomsten voor de familie. De verkoop liep steeds beter en op een gegeven moment was de omzet zo hoog, dat werd besloten het turfschip te verkopen en zich helemaal te gaan richten op de verkoop tijdens de kermissen. In eerste instantie reisde men nog met de schouwburgen mee, maar al vrij snel ging men geheel zelfstandig met de verkoopkraam op pad. De originele Deventer koek was in eerste instantie het belangrijkste verkoopartikel. Mevrouw Haak droeg als echte Friezin altijd een Friesche kap op haar hoofd en dit hoofddeksel zou ook het handelsmerk van het bedrijf worden, want al spoedig noemden de klanten haar en haar bedrijf ‘De Friesche Kap’. Toen mevrouw Haak op zevenentachtig jarige leeftijd overleed liet zij haar dochter een florerende zaak na.

COPPEJANS – HAAK
Dochter Truus trouwde met de kermisexploitant A.E. Coppejans en samen breidden zij het bedrijf verder uit. Rond 1900 werd het bestaande assortiment aangevuld met chocolade, nougat en zuurstokken. Dit werd destijds nog allemaal onverpakt verkocht. Dat was toen eenmaal de gewoonte en er bestond ook nog geen warenwet. Samen met Jacob Stuvé, was Coppejans de eerste die de nougat op de Nederlandse kermis bracht. Het nieuwe product bleek een blijvertje en werd goed verkocht. De zaken liepen zo voorspoedig dat de bestaande kraam van zeven meter werd uitgebreid tot elf meter. Later werd deze nog vergroot tot veertien meter en zelfs achttien meter. In 1928 werd de ‘Friesche Kap’ overgenomen door de dochter van het echtpaar Coppejans - Haak die was getrouwd met Jo Spaans.

De Friesche Kap van Coppejans hier inmiddels op achttien meter

JO SPAANS

De Friesche Kap van Coppejans hier inmiddels op achttien meter2

Deze Jo Spaans was destijds werkzaam als knecht bij de familie Coppejans. De
‘Friesche Kap’ van J. Spaans - Coppejans reisde na de overname nog steeds per schip. Later ging men toch over op transport over de weg, de pak- en woonwagen werden toen door een vrachtrijder van kermis naar kermis gereden. De kraam was toen inmiddels weer behoorlijk ingekort, omdat de plaatsen, maar ook het personeel steeds duurder werden.

De inmiddels ingekort kraam van J. Spaans-Coppejans2.

Tot 1966 bereisde de familie Spaans de kermis in Noord Holland, waar zij veelal ieder jaar dezelfde route hadden, met kermissen in bijvoorbeeld Edam, Hoorn, Purmerend en Volendam. Het echtpaar Spaans is kinderloos gebleven en zodoende was er geen

De salonwagen van J. Spaans-Coppejans2

De inmiddels ingekorte kraam van J. Spaans-Coppejans

opvolger om de familietraditie voort te zetten. Toen zij dan ook eenmaal op

De salonwagen van J. Spaans-Coppejans

leeftijd gekomen waren werd besloten om de zaak aan het einde van het seizoen 1966 te verkopen. De nieuwe eigenaar werd W. Lugtig uit Oosthuizen. Hij bleef de vertrouwde naam voeren en nam ook de bestaande reisroute over.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl