|
OORLOGSTIJD Vrij kort daarna brak de Tweede Wereldoorlog uit en werd het reizen steeds moeilijker. De ‘Demon Whirl’ zou, in 1940, tijdens de Meikermis in Groningen draaien. In verband met de toenemende oorlog geruchten besloot het Gemeentebestuur de kermis niet in de stad zelf te houden. Voor de grote zaken, die al in Groningen aanwezig of onderweg waren, werd door Hommerson, Janvier en Vermolen een stuk grond, naast de uitspanning van Caféhouder Bolhuis gehuurd aan de Esserweg in Harendemolen op de grens van Haren en Groningen. Men bouwde wel op, maar door het uitbreken van de oorlog werd er niet meer gedraaid. De Vries heeft met zijn ‘Demon Whirl’ de onzekere toestand niet afgewacht en is in april al naar Zutphen vertrokken om daar nog een plaats te krijgen op de kermis ter gelegenheid van ‘100 jaar Nederlandse Spoorwegen’. De attractie werd in die periode over de weg en soms per spoor vervoerd. Toen op vrijdag 10 mei 1940 de oorlog uitbrak was de ‘Demon Whirl’ half opgebouwd. De kermis werd echter ook daar afgelast. Toen de zaak was afgebroken, bleef hij de hele zomer opgeslagen liggen bij een boer in de buurt van Zutphen. Pas maanden later is de zaak teruggekeerd naar Hoogezand. Het vervoer per trein was in die periode niet meer mogelijk, omdat er veel spoorbruggen kapot waren gegaan door oorlogshandelingen. Eind 1940 heeft de zaak nog gedraaid op de kermis van Sappermeer. In de jaren 1941 en 1942 was de ‘Demon Whirl’ nog in exploitatie, het vervoer ging nu echter per schip. De Vries deed dit samen met Cornelis Sipkema, wiens Stoomcarrousel ook stil lag, waardoor één van zijn twee schepen gebruikt kon worden voor het vervoer van de ‘Demon Whirl’. Schipper Stuut heeft al die jaren voor het vervoer gezorgd. Toen in 1945 de zoon van Tjakko de Vries kwam te overlijden veranderde dit zijn leven zo dat hij het reizen niet meer op kon brengen. De Vries verkocht al zijn attracties.
|