|
MAX en VOS De aandrijving van de molen geschiedde in eerste instantie met mankracht, iets wat wel een zwaar karwei was. Later gebeurde dit door twee paarden, Max en Vos, die om de beurt de molen moesten trekken. Als de molen dan moest stoppen werden er enkele planken, die aan de molen vastzaten, in de manége gegooid, waarna men op de planken ging staan. Het vervoer van de Draaimolen gebeurde in het begin met boerenkarren, die door paarden werden voortgetrokken. Ook schijnt de Draaimolen nog per schip vervoerd te zijn. De onderdelen werden dan telkens met een handkar van het schip naar het kermisterrein gereden. De familie was in die tijd ook nog niet in het bezit van een salonwagen. Het gehele huishoudelijke leven speelde zich af in een woontent, waarin men moest eten en slapen. Er waren in die tijd zelfs exploitanten die met hun gezin rondom de mast van de molen leefden. Op een dag kocht Giezen een paar assen en wielen met de bedoeling daar een echte pakwagen van te bouwen. Dit bleek echter geen succes, want de ijzeren ringen die om de houten wielen zaten liepen er regelmatig af en de zelfbouwwagen hield het dan ook niet lang uit. Daarom werd maar besloten een nieuwe te laten bouwen en enige jaren later beschikte men over drie pakwagens. Deze wagens werden ook nog eens keurig genummerd. Dit was weer een idee van zoon Dries. Later werd in Nijmegen de eerste vrachtauto gekocht, een Mercedes Benz. Vanaf die tijd bestond het wagenpark uit een vrachtauto, een salonwagen en een paar pakwagens. Dit betekende echter wel dat er drie keer heen en weer moest worden gereden om al het materiaal over te brengen.
|