|
Deze attributen werden gekocht bij de firma l’Autopède te Gent en werden voor het eerst in de molen geplaatst op de kermis te Kaatsheuvel in 1957. Op een dag kregen de Gebroeders Vermolen een aanbod uit Amerika om de Draaimolen aan een pretpark te verkopen, maar gelukkig voor de Nederlandse kermis werd het aanbod resoluut van de hand gewezen. De molen is echter wel in Amerika geweest, maar dan als miniatuur. Dat was in 1961 toen het Ministerie van Economische Zaken een miniatuur liet maken van de Draaimolen van Vermolen voor een Hollandse tentoonstelling in New York. Tot ongeveer 1975 heeft Ben Vermolen met de molen gereisd, daarna ging de zaak over naar zoon Johan, die op zijn beurt de traditie voortzette. De plaatsen die doorgaans werden bezocht waren Haren, Hilvarenbeek, Helvoirt, Den Dungen, Moergestel, Waalwijk, Halsteren, Tilburg, Someren, Waspik, Oudenbosch, Rosmalen, Gennep, Berlicum, Nijmegen, Grave, Cuyk en de Paardenmarkt in Hedel. Ook ging men af en toe naar Leiden. Vroeger had de Draaimolen diverse andere vaste plaatsen, zoals Kaatsheuvel, Deurne, Maastricht, Horst, Groesbeek, Gorinchem enz., maar hier kwam een einde aan bij het veranderen van het plaatselijk pachtsysteem. Er zijn plaatsen waar de molen erg lang de jaarlijkse kermis bezocht, zoals Gennep, Den Dungen en Waalwijk.
|