|
In Nijmegen gingen we met het paard dat de beurt van rust had naar een stalhouder achter de Seigelbaan (naast de firma van der Werf, het tegenwoordige Plein '44). Lise was het liefste paard en Lotte had een uitstekend gevoel voor tijd. Hierdoor gebeurde het dat ze niet uit het weiland wilde. Alleen moeder Aartje en broer Kees waren in staat om het paard weer zover te krijgen dat deze weer in de molen wilde. Soms was het op de kermis zo druk, dat we op de terugweg amper op tijd bij de molen konden komen. Dat was een zenuwentoestand want je kon er donder op zeggen dat de ingebouwde klok van het andere paard precies na twee uren werken het hele spul had stilgezet. Ja, dat was me wat hoor, zegt-ie met een flauw glimlachje, "geen stap deed het dier meer en menigmaal werd in zo'n situatie de hele familie dan ingespannen, want er gold een ijzeren wet: de molen moest altijd, onder alle omstandigheden, blijven draaien”.
ORGELS EN SCHIMMELS Die trek is er vooral als-ie praat over z'n ouders en over "die orgel" (en hij bedoelt dan "De 36er Ruth") maar ook als hij over "de schimmels" uit de oude carrousel vertelt. Het zijn de gevoeligheden waarin de gemeenschappelijkheid niet meer met enkel maar woorden overgebracht kan worden en in zo'n klimaat gedijd Jaap Stuij niet optimaal.
GERRIT VAN DER WOUDEN Gerrit van der Wouden, de bekende danszaalexploitant, kruist het pad van de Stuij's menig keer. Van der Wouden - getrouwd met Roza Leander - kwam in latere jaren de kermissen opluisteren met luchtschommel en golfbaan en met verscheidene mooie orgels. (Van de later naar Engeland verkochte 37er Ruth wordt Jaap nog helemaal lyrisch.) Wat niet iedereen in ons orgelwereldje zal weten, dat Gerrit van der Wouden voordat hij zich als dans zaalhouder vestigde, Commies bij de Douane in Vaals was en in die hoedanigheid klaarde hij destijds ook de draaimolen van Kees Stuij in. Vanwege de oorlog (1918) mochten de paarden echter niet de grens overgebracht worden, maar Gerrit bleek zijn hart in die tijd al geheel verloren te hebben aan de kermis en de spullenbazen en zodoende konden toch nog twee van de vier prachtige schimmels langs stille, verlaten weggetjes de grens worden overgesmokkeld.
OK, al hield Gerrit op zo'n moment in het geheel geen rekening met de voorschriften, van zo'n oplossing straalt vandaag de dag nog de charme van de eenvoud. Gerrit onderhield dus warme en nauwe kontakten met de Stuij's en dat hij daarbij niet altijd secuur binnen de grenzen van de wet bleef, mogen we hem, met een blik op onze eigen maatschappij, begripsvol vergeven.
Hoe had dat anders in Simpelveld gemoeten, waar de molen op een gegeven moment niet meer verlicht kon worden wegens gebrek aan carbid? "We gebruikten ruim honderd kilo van dat goedje op één avond", zegt Jaap, "en wat moet je op de kermis met een molen die niet verlicht is, maar gelukkig dook Gerrit weer op en hij zette de reputatie van het verpolitiekte ambtelijke apparaat weer eens op z'n kop door de molen van de Stuij's van het onontbeerlijke carbid te voorzien. "Allee jongens, draaien maar”.
Gerrit van der Wouden, een apart profiel in de wereld van orgels en glimmer."Hoe kwam zo n man ertoe", vraag ik me af, maar Jaap Stuij heeft er een eenvoudig antwoord op: "Als je in dit wereldje één paar zolen hebt versleten, ben je verloren", zegt-ie en intussen neemt-ie met enige omslachtigheid z'n cognacje met suiker van tafel.
|