logo009

DE FRANEKER KERMIS BEGIN 1900

door

A.A. van de Velde

Als oud Harlinger, exploitant en miniatuurbouwer en mij bevindende tussen onze miniaturen, komt mij een belofte, enige jaren geleden gedaan, om iets uit mijn kinderjaren, herinneringen aan deze kermis, neer te schrijven, waarvan vele Franekers zich nog wel het een en ander herinneren.

EEN LANGE INLEIDING
Wij zijn in Franeker geen onbekenden en hebben door onze historische kermisexpositie in 1952 met onze historische tent en ons mooi Gavioli orgel veel vrienden in deze stad verworven, ook al door onze historische achtergrond van deels Voorstraat, Martenahuis, Stadhuis, Planetarium en Gracht en de prachtige winkel van de familie van Balen. Elk jaar bezoek ik, daar ik dit nog kan, de kermis en al ik mis de romantiek en moet ik mij schikken naar de ondragelijke luidsprekers met soms alleen nog een orgel in de draai- en zweefmolen. Ik begrijp dat wij in een andere wereld leven en ons moeten aanpassen aan wat de jeugd prefereert. Na deze, wat lange inleiding om mijn mening te doen rechtvaardigen steek ik van wal.

DE STOOMCARROUSEL
Begin deze eeuw vertoonde de kermis een geheel ander beeld. Waar nu patates en andere snoepzaken met de rug tegen het “Sjūkelān” staan, stond vroeger rechts altijd de Stoomcarrousel van de Weduwe Schildmeijer - Derks, de later verbouwde zaak van wijlen de heer C.V. Sipkema. Deze zaak, ik spreek van toen, is wel even de moeite waard om onder de loep te nemen. Men moest om binnen te komen een trap op, net als bij een paradetent, dit was toen geen bezwaar. De binnenvloer, en dit was iets bijzonders, lag gelijk met de vloer van het draaiwerk en gaf niet die majestueuze indruk als andere stoommolens. Behalve de gondels en paarden stonden er ook andere dieren op de molen zoals bokken, zebra’s, tijgers en vissen. Verder stonden er nog groene tuinbanken op deze molen die overdwars schommelden. Het geheel werd aangedreven door een staande stoommachine evenals het Gasparini orgel. Deze machines stonden links en rechts tegen het draaiwerk aan de binnenzijde.

Fra2

Stoomcarrousel van de Weduwe Schildmeijer.

De stoomketel met schoorsteen stond in het midden. Voor het transport werd de stoommachine voorzien van kleine wielen, zodat het van en naar het schip gerold kon worden. De Gasparini was een cilinderorgel en vaak vergat men de rol te verzetten. Ik herinner mij nog goed dat de daisywals vaak niet van de lucht was. De heer Sipkema maakte er een sierlijke molen van. De eerste Sipkema (Gouke) en zijn zoon waren vaardige ontwerpers, beeldhouwers en decorateurs.

Na Schildmeijer kwam de Stoomcarrousel van de Weduwe van Bergen nog een tijd naar de kermis. Zij trouwde later opnieuw met Antoon Nizet. Als paradetent stond hier regelmatig de zaak van de firma Hart en Schouten, een keurig reizende familie die dan voorstellingen van een paar uur gaven met onder andere acrobatiek, goochelen en pantomime, iets wat men ook niet meer ziet. En dan ook nog met de rug tegen het “Sjūkelān”, de bioscoop van onder andere Welte - Lohoff, met een prachtige locomobiel in koper, gemonteerd in een wagen met neerslaande kleppen, dicht vliegwiel en dynamo voorop. Andere zaken hadden toen nog petroleum of gas en dat dit alles zonder brand verliep, gezien de gebrekkige aansluiting, is mij nog een raadsel. Wat eigenlijk ondenkbaar is, de kramen stonden aan het begin van de Voorstraat tot Hotel de Valk vier rijen dik met een middenpad en ruggelings met de fronten naar het trottoir, hoe gezellig!

BRILLENKRAAM
Bij al de kramen en tenten, er was toen nog geen gok, waren er bijvoorbeeld poffertjeskramen van onder andere Bos, Andela en Riem en niet te vergeten de Weduwe Osenga, beroemd om haar heerlijke oliebollen, die nog op houtvuur gebakken werden. Zij was een echte Friese verschijning met Friese kap, oorijzer en bonte schort. Ik meen dat de prijs per oliebol slechts een cent bedroeg.

Ook herinner ik mij de kraam van de heer Lauwers met naast de etalage een paskamer met de letterkaart van een oogarts en de vermelding: “brillen kunnen hier gepast worden.” Ook een bekende zaak was de kraam met vis van de Harlinger firma Lichtendahl en vaak ook Levie Pais met zuur. Verder op de Breede Plaats de Lachspiegel - dwaaltuin met een cilinderorgel van de familie Sterling.

Stoomcarrousel van M. van Bergen.

Fra3

Met Draaimolens waren vaak aanwezig Panbakker, Walon, Koopal of de Boer. Deze laatste was een kunstenaar, die de gehele Draaimolen zelf had gebouwd en gebeeldhouwd. Primitief en toch mooi. Ik weet nog dat hij bij mijn grootvader, die in Harlingen een groothandel in onder andere vruchten had, de lege rozijnenkistjes haalde, die als binnenwerk van zijn leeuwen fungeerden.

Ik beėindig hier mijn verhaal, mochten er fouten in zijn, hiervoor mijn excuus en graag commentaar. Franeker op de dag van het kaatsen een van mijn romantische herinneringen met de leeuwen en beelden bovenop de tribunes is nog hetzelfde gebleven, alleen het orkest van destijds is vervangen door luidsprekermuziek.

Bron Franeker Nieuwsblad 24-07-1970.

Bewerking: H. van Oers

Fra4

De Draaimolen van Koopal.

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl