|
|
|
|
DE GEBROEDERS DESMET |
|
|
DE ZONEN |
|
|
|
in Gent. Deze zaak werd overgenomen van L. Benner, die toen inmiddels met een Stoomcarrousel op reis was. Maar ook hier ondervond Jean Desmet tegenwerking, omdat de overheid vond dat er bij de Tobogan een kans bestond op lichamelijk letsel. |
|
Dit ging zelf zo ver dat een aantal gemeenten overging tot het uitvaardigen van een Toboganverbod. Maar Jean Desmet had inmiddels al in de gaten dat er van de zijde van het publiek veel belangstelling was voor de film. Daarom paste hij zijn Tobogan zo aan, dat het ook mogelijk was om in gemeenten met een Toboganverbod filmvoorstellingen te geven. Later werd deze Tobogan waarschijnlijk helemaal omgebouwd tot een echte reizende Bioscoop en werd de naam ‘Canadian Tobogan’ veranderd in ‘The Imperial Bio’. |
|
|
||||||||||||||||
|
LUXE SALONWAGEN |
|
|
||||||||||||||||||||||||
|
MATHIJS |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
vierkante meter, had een eigen elektrische verlichting en was voorzien van een spiegelgladde dansvloer. Deze inrichting was destijds een enorm succes, want het publiek kwam maar al te graag naar binnen om eens gezellig een dansje te maken of iets te drinken. De caféhouders in Sittard waren hier echter niet zo blij mee en dat was ook wel te begrijpen. In 1909 werden er tijdens de kermis in november zelfs filmvoorstellingen in de Danssalon gegeven en wederom had Ferdinand een grote toeloop. Kort daarvoor had hij alvast een vergunning aangevraagd voor de drie kermissen in 1910, maar in de gemeenteraadsvergadering van 22 oktober was deze vergunning geweigerd en de gemeenteverordening werd dusdanig gewijzigd dat ook geen andere danssalons meer werden toegelaten. Het leek een regelrechte overwinning voor de caféhouders te worden. Maar ondanks het feit dat de gemeenteraad al over het lot van de Danssalon had beslist, bracht dit alles toch wel de nodige beroering teweeg. |
|
Desmet betaalde jaarlijks negenhonderd gulden aan pachtgeld, wat toch een belangrijke bron van inkomsten was voor de gemeentekas. Sommigen vonden het argument voor de weigering, dat de Danssalon schade toebracht aan de neringdoenden, niet erg overtuigend klinken. Desmet zelf liet zich echter niet uit het veld slaan en kwam met een nieuw bod. Hij was bereid duizend gulden per jaar te betalen als hij naast de drie traditionele kermissen zijn zaak ook tijdens de carnavalsdagen mocht exploiteren. De gemeenteraad van Sittard nam de zaak op twaalf november 1909 opnieuw in behandeling, maar een kleine meerderheid binnen de raad bleef toch bij het standpunt om een vergunning te weigeren. Om te voorkomen dat Desmet naar een particulier terrein zou uitwijken, werd aan artikel twaalf van de politieverordening toegevoegd dat het verboden was te dansen in gelegenheden, waarvan het dak niet geheel met pannen was bedekt. De bevolking van Sittard kon zich echter niet vinden in de beslissingen van de gemeenteraad en tijdens de carnaval van 1910 werd de mening van de gemeenteraad door middel van een carnavalslied, sarcastisch bekritiseerd en liet men duidelijk merken dat de Danssalon van Desmet zo snel mogelijk moest terugkeren op de Sittardse kermis. Op 21 mei 1910 werd de aanvraag van Desmet opnieuw in de gemeenteraad behandeld. Men had inmiddels enige financiële tegenvallers gehad en een kleine meerderheid van de raad was dit maal wel genegen de Danssalon van Desmet met ingang van de Sint Rosakermis in augustus weer toe te laten voor de prijs van driehonderd gulden per kermis. Tegelijkertijd werd het artikel twaalf van de politieverordening weer teruggedraaid, zodat de eis, dat dansgelegenheden met pannen bedekt moesten zijn, niet meer van kracht was. Ferdinand Desmet, die toch al gezien was in Sittard, werd nu nog populairder, vooral toen hij zijn diensten aanbood aan de carnavalsvereniging Marotte, die op 21 november van dat jaar een liefdadigheidsfeest organiseerde. Desmet stelde voor deze gelegenheid zijn Danssalon ter beschikking en nam ook alle verdere kosten voor zijn rekening. De opbrengsten van het feest waren bestemd voor de jaarlijkse Sint Nicolaasviering, die door de carnavalsvereniging Marotte werd verzorgd voor de arme kinderen. Voor de carnavalsoptocht van 1911 stelde Desmet twee grote transportwagens ter beschikking, terwijl hij ook zelf deelnam met een praalwagen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog bleef het verder rustig en bezocht de Danssalon als vanouds weer de drie jaarlijkse kermissen, zonder dat de gemeenteraad voor problemen zorgde. |
|||
|
Jean Desmet, die zuinigheid als een van zijn goede eigenschappen had, besloot op zekere dag het kermisleven vaarwel te zeggen en opende een vaste bioscoop in de Korte Hoogstraat te Rotterdam. Zijn Imperial Bio werd nog een tijdje geëxploiteerd door Mathijs Desmet, die inmiddels de Danssalon van de hand had gedaan en bij zijn broer in dienst was getreden als operateur. Zijn werkterrein lag in Nederland en België. |
|||
|
VASTE BIOSCOPEN Jean Desmet timmerde inmiddels stevig aan de weg. In 1910 opende hij het bekende filmtheater Cinema Parisien op de Nieuwendijk te Amsterdam en al spoedig volgden andere bioscopen in onder andere Vlissingen, Bussum en Eindhoven. Toen later bleek dat er voor de films die Desmet in zijn bioscopen draaide nog volop belangstelling bestond bij de andere ondernemers, richtte hij een filmverhuur- en verkoopkantoor op. Regelmatig reisde hij naar Duitsland waar hij op diverse filmbeurzen duizenden meters film kocht die hij weer verhuurde aan zeer veel vaste bioscoopondernemers in Nederland en België. Tot aan de Eerste Wereldoorlog was zijn verhuurbedrijf zeker succesvol, maar al spoedig werd de concurrentie steeds groter. Zijn vrouw Catharina was inmiddels overleden en in 1912 trouwde Jean voor de tweede maal met Hendrica Elselina Klabou. Uit dit huwelijk werd later nog een dochter geboren. Door de oprichting in 1918 van de Bond van Exploitanten van Nederlansche Bioscooptheaters, die drie jaar later zou uitgroeien tot de Nederlandsche Bioscoopbond, raakte het gehele filmbedrijf georganiseerd en gereglementeerd. Van de vrijheid van handelen die Jean Desmet voorheen nog had bezeten, was omstreeks 1920 dan ook weinig van over. Vanaf die tijd hield Jean Desmet zich als oprichter en directeur van de NV Maatschappij tot Exploitatie van Roerende en Onroerende Goederen “Madrid” hoofdzakelijk bezig met het beheren van zowel bioscooptheaters als woonhuizen. Zijn naam verdween uit de publiciteit. Alleen in het begin van de dertiger jaren liet hij nog eenmaal van zich horen, toen hij de plannen presenteerde voor een schouwburg aan de Amstelstraat te Amsterdam. |
|
Toen Jean Desmet in 1956 op eenentachtig jarige leeftijd overleed, liet hij niet alleen een aanzienlijk vermogen na, maar ook een omvangrijk archief, omdat hij gedurende zijn bioscoopcarrière van ongeveer zestig jaar altijd alles had bewaard. Deze waardevolle verzameling werd later door de familie geschonken aan het Nederlands Filmmuseum. |
|
|
||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||
|
Toch is hier nog een behoorlijk aantal jaren mee gereisd. De ‘Rodelbaan’ ging in 1921 door brand verloren in een opslagplaats aan de Hofstraat te Apeldoorn. Het ‘Dansrad’ moet voor het publiek een aangename attractie zijn geweest. De attractie bezorgde de eigenaar nogal eens problemen omdat de aandrijving van deze attractie rechtstreeks van een locomobiel kwam en dat ging niet altijd naar wens. Ook Ferdinand Desmet lag natuurlijk tijdens de eerste Wereldoorlog regelmatig stil, maar in 1918 werd gelijk de draad weer opgepakt. Na verloop van tijd kwamen er weer diverse andere attractie, waaronder een ‘Autoracebaan’ en een ‘Zweefmolen’. In 1927 kwam Ferdinand Desmet weer met een gigantische attractie. Dat jaar presenteerde hij ‘Chateau Dingo’, een soort Cake Walk waar plaats was voor maar liefst duizend personen. |
||||||||||
|
Deze zaak was zeker dertig meter lang en dus bedoeld voor de grotere kermissen. Volgens de Venlosche Courant van dat jaar was ‘Chateau Dingo’ daar op de kermis de absolute trekpleister en was de attractie iedere avond uitverkocht. Ook de Tilburgse kermis werd bezocht. Hier werd de achtduizendste bezoeker verrast met een nieuwe fiets, terwijl de |
||||||||||
![]() |
||||||||||
|
‘Rodelbaan’ van F. Desmet. |
||||||||||
|
twintigduizendste bezoeker naar huis ging met vijftig gulden contant. Ondanks het succes deed Desmet zijn ‘Chateau Dingo’ in 1929 weer van de hand en kwam deze samen met het 52 toets Voigt orgel in het bezit van F. Riddering |
||||||||||
|
‘Chateau Dingo’ van F. Desmet. |
|
|
||||||||||||||||||
|
|
|