logo009

GLASBLAZERIJ

Glasblazen is een ambacht wat al vele eeuwen lang wordt bedreven. Rond het begin van de jaartelling hadden de Syriërs een blaaspijp uitgevonden om glas mee te bewerken. Met deze blaaspijp ontwikkelden zij de kunst van het glasblazen. Het echte ambacht is sinds twee eeuwen nauwelijks veranderd.

De Italianen hadden op een gegeven moment glasblazers uit Syrië gevangen genomen en meegenomen naar Venetië. Toen er een wet kwam, dat er in de glasblazerijen geen buitenlanders mochten werken, moesten veel glasblazers terug. Ook mochten de mensen buiten Venetië geen glas meer blazen. Omdat er nogal eens brand ontstond in de glasovens, werden alle ovens verplaatst naar een eilandje in Venetië. Daar moestern alle glasblazers blijven en hun werk doen. Maar de glasblazers deden dit niet, ze lieten zich niet dwingen. Na verloop van tijd werden ze voor veel geld weggelokt naar West Europa. De Italiaanse regering probeerde dit destijds tegen te houden door de invoering van de doodstraf, maar uiteindelijk zijn er toch de nodige glasblazers van het eiland ontsnapt.

Deze kwamen onder andere terecht in België. Daar gingen ze werken voor kooplieden en vorsten. Uiteindelijk heeft het ambacht zich verder verspreid en eeuwen later in de zeventiende eeuw werd dit ambacht ook op de kermis vertoond. Hoe men dit destijds voor elkaar kreeg is niet bekend, want men moest toch de oven meenemen. Vaak waren bepaalde voorwerpen al voorbewerkt en hield men zich voornamelijk bezig met het zogenaamde ‘spinnen’. Bij dit spinnen werden doorgaans de kleinere onderdelen aan het voorwerp gemaakt.

Er reisden in de periode 1800 - 1900 verschillende ondernemers met een glasblazerij. Hierbij waren uiteraard ook diverse buitenlandse exploitanten, die eigenlijk geheel West Europa als werkterrein hadden. Namen die we in de geschiedenis tegenkomen waren onder andere R. Bockel, E. von Kraus, H. Meijer. R. Bockel en J. Kuik waren duidelijk echte concurrenten. Zij vochten onder andere in 1873 een strijd uit om de gunst van het publiek (zie advertenties 1873). Dit kwam omdat zij regelmatig dezelfde kermissen bezochten.

GlBl4a

R. Bockel op de kermis te Goes in 1873.

GlBl5a

J. Kuik op de kermis te Goes in 1873.

Vooral H. Meijer heeft erg lang de Nederlandse kermissen bezocht. Zijn naam komen we regelmatig tegen in de periode 1850 - 1910. Mogelijk is dit bedrijf in die periode overgegaan van vader op zoon. Ook in de twintigste eeuw zijn er nog diverse glasblazers actief binnen het kermisbedrijf, zelfs in de periode na 1950.

De bekendste is dan toch wel J. Huygens - Schaaf uit Rotterdam die in de vijftiger en zestiger jaren veelvuldig op de Nederlandse kermissen te zien is. Huygens houdt zich tijdens zijn demonstraties hoofdzakelijk bezig met spinnen, het fijne werk en hij weet, vaak op verzoek, de fraaiste voorwerpen te maken. Uiteraard waren deze ook allemaal te koop.

De zaak van Witstijn.

GlBl9a
GLASBL. WITSTIJNa

J. Huygens - Schaaf. ^ >

Ook de families Witstijn, Schaaf (Jan Schaaf en Gerrit Schaaf - Witstijn) en Mevrouw Lienke Wegkamp - Huygens waren nog jaren lang actief op de kermis met een glasblazerij. Zij waren waarschijnlijk de laatste die de kunst van glasblazen op de kermis lieten zien.

H. van Oers

GlBl8a

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl