logo009

DE ‘HIPPODRÔME’

De reizende ‘Hippodrôme’ was in het laatste decennia van de negentiende en het eerste decennia van de twintigste eeuw een zeer geliefde attractie.

Hip8

DE TRAMWAY
Het was tijdens de kermis voor velen ook een ontmoetingsplaats en een gelegenheid waar ‘Amor’ destijds menig pijltje heeft raak geschoten. Deze eer werd enige tijd later overgenomen door de Stoomcarrousels die toen in opkomst waren. Er waren voor 1900 nog niet zo veel vermaakzaken. In die periode reisden onder andere de Vélodrôme, Turksche Schop, Draaimolen en Luchtschommel.

De ’Hippodrôme’ was met zijn afmeting van ongeveer twintig bij twintig meter de grootste vermaakzaak van de kermis en bood de mogelijkheid tot een hele avond vermaak. Alleen de ‘Tramway’ van Xhaflaire was waarschijnlijk nog groter. Deze attractie was enigszins te vergelijken met een ‘Hippodrôme’, alleen was hier geen manége, maar een dubbele cirkelvormige rails waarop een soort tramwagentjes reden die door paarden werden voortgetrokken. Bij de ‘Hippodrôme’ was doorgaans een buffet waar men onder het genot van een drankje een goed uitzicht had op de manége met daarin de rijdende dames en heren. Net als bij de Stoomcarrousel was ook het interieur van de ‘Hippodrôme’ meestal rijkelijk voorzien van fraai beeldhouwwerk en geschilderde tableaus wat de sfeer zeker ten goede kwam. Er waren doorgaans diverse dieren te berijden. Standaard waren dat natuurlijk de gewone paarden of pony’s, maar vaak kon het publiek ook een ritje maken op exotische dieren zoals kamelen, dromedarissen, zebra’s of lama’s.

Hip20
Hip3
Hip4

LIMBURGS SUCCES

Opvallend is dat de meeste exploitanten van een ‘Hippodrôme’, die in Nederland gereisd hebben, haast allemaal afkomstig waren uit Roermond. De meesten hadden allemaal een band met de familie Xhaflaire. Zo reisden er onder andere K. Benner - Xhaflaire, J.A. van Bergen - Xhaflaire en C.M. Rombach - Xhaflaire. Uit deze familie zelf reisde dan ook nog de Wed. Xhaflaire - Overmeer. Verder reisde er ook nog een C. Schenoff - Xhaflaire, maar deze woonde niet in Roermond, maar in Breda. Deze oorspronkelijk uit België afkomstige exploitant zou echter al vrij snel zijn zaak van de hand doen om terug te keren met een Stoomcarrousel. Dit waren echter nog lang niet alle Hippodrôme - exploitanten uit Roermond, want verder had je ook nog G. Wolfs - Nizet, L. van Bergen - Crompvoets, welke tijdelijk zelfs met twee exemplaren reisde en J. Wolfs. Waarschijnlijk zijn er nog verschillende anderen geweest.

Hip13
Hip12
Hip14

GERARD WOLFS
Één van de meest bekende zaken was die van Gerard Wolfs. Deze ’Hippodrôme’ was vooral te vinden op de grotere kermissen, zoals ’s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Groningen en Utrecht. Gerard Wolfs had voor arts gestudeerd, maar had zijn studie afgebroken omdat hij net als zijn ouders toch koos voor een bestaan op de kermis. De ‘Hippodrôme’ van Gerard Wolfs was één van de mooiste. Fraaie tableaus, afgewisseld door gebeeldhouwde pilasters en veel spiegels gaven het interieur een sprookjesachtig geheel. Wolfs was één van de eerste die beschikte over een boekorgel dat werd aangedreven door een hete - luchtmotor. Er is ook een periode geweest dat een petroleum - motor het orgel aandreef. Het orgel met xylofoon van het merk Gavioli was in een wagen gebouwd en stond achter in de tent opgesteld. Wolfs beschikte over een twaalftal paarden.

 Deze waren goed gedresseerd, want als Wolfs aan het einde van de rit zijn fluitje liet weerklinken gingen de dieren automatisch naar de mast midden in de piste om te wachten op gegadigden voor de volgende rit. Verder kon het publiek rijden op een kameel en op een zebra. Speciaal voor de kinderen waren er kleine paardjes, afkomstig van het eiland Celebes. De kinderen liet men meestal niet alleen rijden. Zij werden dan begeleid door het personeel. Wolfs heeft veel geld verdiend met zijn ‘Hippodrôme’. Hij liet daarvan in Roermond een prachtige villa bouwen. Aan het eind van het seizoen 1907 verkocht Wolfs de ‘Hippodrôme’ aan Jean Benner - Tewe, die eerst enige tijd zijn compagnon was geweest. Het front van de zaak was toen inmiddels vervangen door een ander, wat moderner front.

Hip17 Hip18

VEEL OMBOUW
Het oude front zou later gebruikt worden voor de Rolschaatsbaan van de firma Dotremont uit Maastricht. Jean Benner reisde slechts enkele jaren met de ‘Hippodrôme’ en bouwde deze toen om tot Stoomcarrousel. Ook één van de twee ‘Hippodrômes’ van de familie
L. van Bergen - Crompvoets werd omgebouwd tot Stoomcarrousel. In deze ‘Hippodrôme’ stond destijds een Gasparini orgel dat werd aangedreven door een heuse stoommachine. Deze machine was achter het orgel op de wagen gemonteerd. Laurent (Lereng) van Bergen werd later een bekende stoomcarrousel - exploitant, die verder ook nog een Danssalon, Cake Walk en een Aeroplane - Carrousel exploiteerde. De firma Overmeer - Tewe reisde met een combinatie van ‘Hippodrôme’ en ‘Ponybaan’. Hier werd de piste gevormd door twee ringen. In de buitenste ring liepen, speciaal voor de kinderen, vier wagentjes, getrokken door pony’s. In de binnenste ring, de eigenlijke piste, liepen de paarden en een kameel. Niet uit Roermond, maar uit Edam kwam de ‘Hippodrôme’ van Gerard Regter. Hij reisde tot omstreeks 1906, maar bouwde zijn zaak later om tot Cake Walk, waarmee hij na Gerrit Wegkamp één der eerste was.
Weer later deed de tent bij Regter ook nog dienst als Planetenbaan. Na 1910 zijn nagenoeg alle gesloten ‘Hippodrômes’ van de kermis verdwenen. Wel reisden er enkele open zaken die met een doorsnede van zo’n tien à twaalf meter wel een stuk kleiner waren. Ook was hier geen buffet meer bij of zitruimte voor het toekijkende publiek. Toch houden enkele gesloten ‘Hippodrômes’ het nog lang vol. Zo komen we in de twintiger jaren onder andere nog een zaak tegen van P. van de Mars, die tijdens de kermis te Rotterdam in 1923 bijna door brand verloren ging. In 1926 krijgt Leo Keijzer met zijn ‘Hippodrôme’ nog een plaats toegewezen op de allereerste kermis op het Besterdplein in Tilburg en een jaar later in 1927 reist er nog een zekere Henri Keijzer met een ‘Hippodrôme Rij - Manége Moderne’.

Hip23
Hip22
Hip21

PONYBAAN
Vanaf die tijd reizen er nog alleen open inrichtingen die we in twee soorten kunnen verdelen. Je had zaken waar paarden of pony’s rondjes liepen in een ronde manége, zoals bijvoorbeeld die van Arends of Ter Linde en er waren zaken waarbij op een rails gemonteerde wagentjes door een pony werden voortgetrokken. Bij deze laatste werd later overigens vaak een motor gemonteerd, die de wagentjes voortbewoog, zodat de pony’s eigenlijk door de wagentjes werden meegetrokken. De pony’s moesten toen alleen maar meelopen en dus niet meer de wagentjes rond te trekken. Er zijn in de periode 1930 - 1970, buiten eerder genoemde, nog diverse exploitanten van een ‘Hippodrôme’ of ‘Ponybaan’ geweest, zoals: H.F.G.Teuteberg; H.J.van Nieff; H.J.Lijfering; K.Mulder; G.van Hees; N.Wegkamp; J.Ter Linde; J.Kielen; E.Arends en P.Moonen. Vandaag de dag zijn er op de Nederlandse kermis alleen de loslopende pony’s overgebleven en dat blijft een leuke attractie voor de kinderen.

In België en Duitsland zijn er nog diverse Ponybanen op reis, waarbij vooral de vele prachtige rijmaneges van de firma Kaiser opvallen, vaak voorzien van ruime staltenten. In België is het aantal sterk teruggelopen, dit in verband met de toenemende protesten. Maar ja, kermis en paarden, het blijft toch met elkaar verbonden.

SCHRIJFWIJZE: Heel vroeger had de zaak de naam ‘HYPODRÔME’.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl