logo009

DE PARADE TENTEN OP DE KERMIS

JEUGDHERINNERINGEN

van A. van de Velde

Thans wil ik graag nog eens de Parade tenten in uw herinnering roepen. Een der groten was Princelli - Schenkte, een grote tent met een mooi gebeeldhouwd front, mooie voorstellingen, beschaafd en acrobatiek die niet onder behoefde te doen bij dat van de tegenwoordige tijd.

PANTOMINE
In die tijd, ik spreek van 1900, eindigde elke voorstelling in een Paradetent met een Pantomime. Zulk een voorstelling duurde doorgaans van acht tot elf uur, dus de gehele avond en als de voorstelling afgelopen was (de kermis duurde des nachts zo lang men wilde) ging het publiek nog naar een voorstelling in de Bioscoop of Rariteitentent en diep in de nacht nog naar de Poffertjeskraam. Ik mag hier vooral ook niet het bezoek aan de ‘Stoom’ vergeten, die dan nog eens vol liep. Als men dan tegenwoordig ziet, dat om tien uur de belangstelling al verslapt, slaak ik weleens de verzuchting, wat zou ik graag nog alles eens weer beleven. Uit dezelfde tijd dateren ook de Paradetenten en dit was wel toen de meest bekende, Albert & Basch, de vader van de bekende bioscoopexploitanten Albert Frères, de vooral in het noorden bekende Hart en Schouten en Spriet. De heer Spriet was longpatiënt en moest steeds liggen. Onder het toneel was toen een slaapkamer gemaakt zodat hij toch nog steeds bij de zaak kon zijn en horen wat er omging. De Menagerie was toen ook zeer gewild. Deze was het beste te vergelijken met een staltent van een circus, een rechthoekige tent waar men langs de wilde dieren heen liep. Een bekende exploitant op dit gebied was de heer Groninger, wiens zoon, bekend als ome Joop, met papagaaien en apen reisde.

ILLUSION
Een mooie ‘illusion’ uit die tijd, dus ongeveer 1900, was de voor tien jaar hier nog gereisd hebbende Daphne Diana, die thans geen opgang meer maakt. Toen ter tijde was de heer Gorter die dit op fantastische wijze bracht op een open toneel. Hij veranderde zijn echtgenote in een bloementafel, dit ging langzaam of plotseling, maar het wonder er van was dat dit op een afstand van twee meter voor het toneel geschiedde. Ik heb er als kind, jongen van twaalf jaar, vlak voor gestaan en kon niets ontdekken. De latere uitvoering was op een kleine ruimte op het toneel, dus afwijkend van zoals Gorter dit bracht. De heer Gorter was keurig in het zwart gekleed met hoge hoed op, mevrouw was in de witte zijde en dit gaf het beste
effect. Voor in de controle der tent stond een piano - orgel, een Gavioli met slagwerk. Zoiets heb ik later nooit meer gezien. Ik wil hier toch nog vermelden een der latere exploitanten van deze ‘illusion’, de heer Lamerus, die het net zo keurig bracht als de heer Gorter, ook keurig in het zwart en met beschaafde dictie en dan ziet de kermisbezoeker ook alweer, dat onder de exploitanten, die zo vaak met zekere geringschatting bekeken worden, ook werkelijk heren en dames zijn en niet alleen onder de groten der reis.

SPIRITISME
Van deze ‘illusion’ ga ik over naar het ‘spritisme’ theater getiteld “Koninklijk Spiritisme Theater Professor Mullens Dochter”. Het geheel was iets bijzonders. De tent was geheel zwart met gele letters, zwarte draperieën en een gouden trumeau als kassa met twee petroleumlampen er op, die door hun zachte licht iets mystieks aan de zaak gaven. De salonwagen was in dezelfde kleur gehouden. Ik meen dat deze zaak nog tot 1912 gereisd heeft onder directie van Heesbeen. Er was een voorbouw met hekjes, waarboven links en rechts ovale witte schijven met de tekst er op.

POFFERTJES & OLIEBOLLEN
Evenals nu kon men zijn hart ook ophalen aan Oliebollen en Poffertjes. Bekende noordelijke reizigers waren P. de Bruin, C. Bos en Andela waar nog de poffertjes en oliebollen op een echt knappend haardvuur gebakken werden wat nu al lang vervangen is door gas. Er is een uitzondering en dit is de moeite waard om te vermelden. Er reist in het noorden een antieke kraam van over de honderd jaar oud van Werk-Huizinga, waar de klok honderd jaar is teruggezet. Alles nog koper en alles bakken op echt houtvuur. Als ik in Zuidlaren met de herfstmarkt kom, geniet ik steeds nog van dit stuk romantiek en gelukkig zal dit bewaard blijven voor het nageslacht, want als de familie Werk er mee zou ophouden gaat de kraam naar het Openluchtmuseum in Arnhem. Hoe jammer, dat deze instantie niet te bewegen was om een Stoomcarrousel te kopen. Dit alles is een brok geschiedenis van het Nederlandse volk. Wat zou daar een Bioscoop met lichtmachine en orgel en stomme film een effect maken.

Poffertjeskraam van C. Bos.

JhV1

‘Theater Nationaal’ van B. Princelli - Schenkte

JhV2

‘Cagliosthro Theater’ van Albert & Basch in 1891

JhV3

Poffertjeskraam van P. de Bruin.

JhV4

Ik zou zo urenlang door kunnen gaan en mij verdiepen in wat eens geweest is en ben nog lang niet aan het einde, daar ik mij voorstel om alle diverse attracties uit dien tijd te behandelen.

GEBAKZAAK VAN GOOSEN
Ik wil het echter deze keer er bij laten, doch nog even een zeer bekende exploitant noemen der gebakzaken, namelijk de heer Willem Goosen. Zijn moeder had reeds een prachtzaak met alles beeldhouwwerk, evenals later de heer Willem dit in een wagen had verwerkt en de diverse zoons de voetstappen van vader volgden. De oorlog heeft een ontijdig einde aan dit bedrijf gemaakt, want de zoons hebben zich in andere branches begeven. De oude mevrouw Goosen droeg een prachtige Zuid - Hollandse kap, evenals in de uit die tijd daterende zaak van Dollenkamp, wiens echtgenote ook een kap droeg. Dit alles gaf cachet aan de zaken, wat men tegenwoordig mist en waaraan zo’n behoefte is om de kermis - animo te verhogen.

A.A. van de Velde, 1957.

Bewerking: H. van Oers

Zie ook:
Bioscoop Alberts Fréres,
Hennie Lamerus,
Spiritismetheater.

POF. KRAAM VAN WERK-HUIZINGA

Poffertjeskraam van Werk-Huizinga

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl