logo009

KERMIS DEVENTER

meer dan
 
ZES EEUWEN TRADITIE

De oorsprong van de juni - kermis in Deventer gaat heel ver terug, minstens tot een van de jaarmarkten in de middeleeuwen die toen wijd en zijd bekend waren als ondermeer centra van de internationale stapelhandel.

Een middeleeuwse jaarmarkt was echter meer dan alleen maar een stapelmarkt, want allerlei rondreizende artiesten als koorddansers, toneelspelers, muzikanten, goochelaars en acrobaten vertoonden daar ook hun kunsten. Vroeger werd het woord kermis veelal in dezelfde betekenis gebruikt als jaarmarkt. Toen de jaarmarkten, vooral in de negentiende eeuw, hun bestaansrecht en betekenis verloren hadden, bleef het begrip kermis voortleven. Nu in een andere betekenis dan jaarmarkt, namelijk het amusement dat vroeger bij de jaarmarkt hoorde.

VEEL HEILIGEN, VEEL JAARMARKTEN
Veel kermisfamilies zijn misschien nog nakomelingen van die rondreizende artiesten die vroeger de jaarmarkt opluisterden. De stad Deventer kende in de middeleeuwen maar liefst vijf jaarmarkten die gehouden werden met midvasten, op de dag van Jan de Doper, Sint Jacobsdag, Sint Eligius- of Sint Lebuinusdag en Sint Maartensdag. Deze markten werden destijds genoemd naar de kerkelijke feestdag waarop zij werden gehouden. De tegenwoordige juni - kermis te Deventer is een laatste overblijfsel van een van die vijf jaarmarkten, namelijk de Sint Jansmarkt, die al in de veertiende eeuw omstreeks 24 juni werd gehouden.

VERBOD VOOR VERKWISTENDE IJDELHEDEN
In de zeventiende eeuw werd het optreden van goochelaars, muzikanten en acrobaten ernstig bedreigd. Deventer was toen streng calvinistisch en de hervormde kerkenraad toonde zich een fel tegenstander van alle vermakelijkheden die onverbrekelijk met de traditionele jaarmarkt verbonden waren. Herhaaldelijk drong de kerkenraad bij het gemeentebestuur aan op het verbieden van de vermakelijkheden, maar waarschijnlijk steeds tevergeefs. De notulen van de vergaderingen van de kerkenraad geven tal van interessante bijzonderheden hierover. Zo verzoekt men in 1651 aan het bestuur om het komediespel, zwaarddansers, koorddansers evenals alle andere verkwistende ijdelheden te verbieden.

Dev1a

Draaimolen op de Deventer kermis in 1891.

Het stadbestuur van Deventer antwoordde hierop dat ook zij graag deze ijdelheden zouden willen verbieden, maar zij vonden dat zo’n verbod weinig zin had omdat dan de burgerij, kooplieden en artiesten naar de Veluwe zouden gaan waar toen geen verbod was. De koopmansgeest van het stadsbestuur kwam hier sterk naar voren, een verbod is er kennelijk ook nooit van gekomen. In de daaropvolgende jaren bleef de kerkenraad het verzoek herhalen, maar kreeg steeds nul op het rekest. In 1660 deed de kerkenraad weer eens een nieuwe poging, ditmaal wilde men dat de dobbelaars en keukelaars werden geweerd, maar ook nu werd het verzoek door het stadsbestuur niet ingewilligd. In 1666 werd het verzoek herhaald en eiste men ook gelijk maar een verbod op alle reizigers die normaal de jaarmarkt bezochten. In 1674 liep de jaarmarkt een keer echt uit de hand en toen werd om onmiddellijke afschaffing gevraagd.

De kerkenraad kreeg toen bijval van enige militaire autoriteiten die het gemeentebestuur verzochten op te treden tegen de uitspattingen op de Deventer jaarmarkt. Natuurlijk vormde Deventer geen uitzondering, want ook op andere jaarmarkten in Nederland ging het er vaak wild aan toe, waarbij drankmisbruik een veel voorkomend verschijnsel was. Het stadsbestuur bleef zich dan ook soepel opstellen. Tegenover de jaarmarkt en heeft waarschijnlijk nooit toegegeven aan de eisen van de kerk. Er werd zelfs in 1679 besloten om de knechten van de stadsmetselaars en stadstimmerlieden elk zes gulden te geven voor kermisbier en dit was echt de kat op het spek binden. Toch bond de kerkenraad na verloop van tijd in. Wel werd het stadsbestuur er nog enkele malen op gewezen dat dobbelen en kaartspelen in de open lucht door de Deventer jeugd niet door de beugel kon, maar de protesten werden steeds zwakker en in de achttiende eeuw verdwenen ze geheel. Misschien was toen de jaarmarkt of kermis wat rustiger geworden, maar het kan natuurlijk ook zijn dat de kerkenraad zelf wat vrijer was gaan oordelen. In de loop van de negentiende eeuw verloor de jaarmarktgeleidelijk aan alle betekenis, terwijl de vermakelijkheden, die al die eeuwen in feite alleen maar dienden om fleur te geven aan de jaarmarkt en voortdurend met verbod bedreigd waren als kermis overbleven.

Dev5a

Grote belangstelling bij een Poppenkastvoorstelling.

HANDHAVEN VAN TRADITIES
Verschillende tradities wisten zich echter nog vele jaren te handhaven, zoals het carillonspel, dat ieder jaar op vrijdag voor de kermis het feestgewoel deed losbarsten. Liedjeszangers, bedelaars, acrobaten en straatmuzikanten, die buiten de stad bivakkeerden, kregen dan toestemming de stad binnen te gaan om ook hun graantje van de kermis mee te pikken.

Na visitatie van hun papieren op het politiebureau kregen zij de gelegenheid om een week lang, met uitzondering van zondagmorgen, het Deventer kermispubliek te vermaken met hun kunsten of muziek. Ook was het vroeger de gewoonte tijdens het carillonspel op vrijdag voor de kermis de naaste buren, vrienden en bekenden een goede kermis toe te wensen. Het was dan gebruikelijk dat mensen die huishoudelijk personeel in dienst hadden deze een kermisfooi

gaven. Krantenbezorgers en personeel van de gemeentereinigingsdienst gingen bij hun klanten langs, hopende dat er na het toewensen van een goede kermis nog een fooi af kon. Natuurlijk was het amusement sinds de veertiende eeuw wel het nodige veranderd.

DE TECHNIEK DOET ZIJN INTREDE
De techniek had ook op de kermis zijn intrede gedaan, er kwamen primitieve Draaimolens en later kon men zelfs een ritje maken in de Turksche Schop. Het optreden van koorddansers en acrobaten in de open lucht maakte geleidelijk plaats voor theaters waar het publiek tijdens de parade voor de tent werd warm gemaakt voor het optreden binnen. De toneelspelers die het vroeger veelal moesten doen met wat planken en gordijnen kwamen voortaan met een demontabele reizende Schouwburgtent die plaats bood aan enige honderden personen. De Schouwburgtent of Loge had vroeger meestal zijn vaste plaats op het stille Sijzenbaanplein. Natuurlijk verdween niet de gehele verkoop van de kermis, want lekker eten en drinken dat bleef en dat is tot op heden nog niet veranderd. Ook was de kermis de tijd om nieuwe huisraad of kleding aan te schaffen. Hiervoor kon men op de kermis onder andere terecht bij de Messenkraam, Porseleinkraam, Galanteriekraam, Handschoenenkraam, Bijouteriekraam of Brillenkraam. Een kijkje op de Deventer kermis van zo’n anderhalve eeuw geleden laat zien dat er inderdaad het nodige is veranderd. Er valt weinig meer van een jaarmarkt te bespeuren. Het Grote Kerkhof staat vol met Paradetenten, Draaimolens en Rariteiten. De Stroomarkt is het domein van de Poffertjes-, Wafel- en Verversingskramen, soms wel zes of acht op een rij.

PANIEK OP DE KERMIS
Op de Brink stond dan een Menagerie of Circus, zoals bijvoorbeeld de beroemde Menagerie van de familie van Aken uit Amsterdam die met de pinksterstorm van 1851 in zijn geheel tegen de grond ging en waarbij een van de tijgers uit zijn kooi wist te ontsnappen. Heel Deventer was in rep en roer en er brak paniek uit. Officiële instanties werden snel gewaarschuwd en ook het leger verleende bijstand om het gevluchte roofdier zo snel mogelijk te vangen. Uiteindelijk lukte het een wachtmeester van de dragonders het dier dood te schieten. Vanzelfsprekend was dit een groot verlies voor de eigenaar, maar de inwoners van Deventer haalde opgelucht adem. Het is niet bekend of de kermis nog meer schade van deze storm heeft ondervonden, want de veelal zwakke constructie van de kermistenten waren meestal niet tegen het stormgeweld bestand.

Dev6a

HET WORDT EEN ECHTE KERMIS
Tegen het einde van de negentiende eeuw blijkt dat de Deventer kermis een grote aantrekkingskracht uitoefent op de exploitanten. Al vrij snel weten alle grote namen uit de kermiswereld Deventer te vinden, zelfs vanuit het buitenland. Omstreeks 1900 zien we onder andere de Poffertjeskramen van Victor Consael en Vulsma, de Nougatkramen van Stuvé en Schimmelpenninck en de Beignetkraam van Koppen. Het vermaak bestond uit de Vélodrôme van Huiskens, Xhaflaire’s Tramway, die door een groot Belgisch paard werd voortbewogen, de Montagne Russes van J. van Munster en de Cirque Machinale van J. Wolfs. Natuurlijk ook diverse Stoomcarrousels zoals die van Antoon Benner en Jean Tewe. In 1899 vinden we op het Grote Kerkhof zelfs twee Stoomcarrousels. Dat gebeurde ook in 1902 toen de Stoomcarrousels van Hubert Wolfs en van Opitz - Vanhaverbeke aanwezig waren. Met grote kranten advertenties probeerden zij hun klanten te overtuigen van de kwaliteit van hun attractie. Natuurlijk erg veel Kijkwerk, zoals het Kristallen Lichtpaleis van Alex Benner, later omgebouwd tot Bioscoop, Panopticum van William Böhme, Spiritismetheater van Heesbeen en de Bioscoop van de Gebroeders Mullens, reizende onder de naam Alberts Frères. Ook het bekende Variététheater van B. Princelli - Schenkte was een graag geziene gast.

KERMIS - VAKANTIE EN DROOGLEGGING
De scholen in Deventer hadden vroeger, gedurende de tweede helft van de kermisweek, vakantie. Men veronderstelde dat de jeugd door het vaak late kermisbezoek de volgende dag te slaperig zou zijn om de lessen te volgen. Later is deze kermisvakantie afgeschaft daar verschillende instanties en personen het kermisvermaak maar een recreatie van bedenkelijk allooi vonden dat van kwaad tot erger voerde. Ook is de kermis eens een jaar drooggelegd en mocht er absoluut geen sterke drank geschonken worden, dit tot grote ergernis van de kermis vierders. Maar na afloop werd geconstateerd dat er gedurende de kermis meer gedronken was dan ooit tevoren, wat tot gevolg had dat de maatregel met onmiddellijke ingang werd ingetrokken.

Dev10a

De Deventer kermis vanuit de lucht in 1949.

MUZIKALE TEST
Een aardige traditie uit het verleden was ook het zogenaamde proefdraaien van de instrumenten waarmee de vele straatmuzikanten de kermis wilden opluisteren. Deze demonstratie trok destijds vele honderden bezoekers. Op maandagmorgen moesten alle orgeldraaiers en accordeonisten een stukje spelen voor het politiebureau, waarbij dan de commissaris beoordeelde of er wel of geen vergunning werd afgegeven. Dit gebeuren was echter meer een formaliteit daar er waarschijnlijk nooit iemand is afgewezen.

VASTE GASTEN
Vele bekende namen keerden vroeger jaarlijks naar Deventer terug, zoals de familie Wolfs en Janvier met de Stoomcarrousel, Willem en Jacob Stuvé met de Nougatkraam, Victor Consael met Poffertjeskraam, Benner met de Achtbaan en de firma Hommerson en Vermolen die veelal met diverse attracties op de kermis stond. Na de Tweede Wereldoorlog had de Deventer kermis het moeilijk. Ondanks het succes van de vele bevrijdingskermissen bleef het bezoek hier ver achter. Er kwam weinig volk van buitenaf, vooral ook omdat de kermis op

zondag gesloten was. Velen vonden dat eigenaardig, omdat de kermis op zaterdag wel tot drie uur in de nacht mocht doordraaien. Ook in de daaropvolgende jaren bleef de belangstelling voor de jaarlijkse kermis ver onder de maat en de kermisexploitanten waren bang dat Deventer van een echte kermisstad zou degraderen tot een derderangs kermis. Gelukkig kwam hier in het begin van de vijftiger jaren verandering in. Het bezoek aan de Deventer kermis begon weer toe te nemen, mede door het feit dat de kermis ook weer op zondag open mocht, wat het bezoek van buitenaf zeker ten goede kwam. Ook op de zaterdagen kwam er weer ongekend veel volk met veel hardnekkige kermis vierders die vaak pas in de vroege morgen huiswaarts keerden. De kermis in Deventer werd weer snel een gezellig feest voor jong en oud en gelukkig is dat tot op heden zo gebleven.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl