|
Het stadbestuur van Deventer antwoordde hierop dat ook zij graag deze ijdelheden zouden willen verbieden, maar zij vonden dat zo’n verbod weinig zin had omdat dan de burgerij, kooplieden en artiesten naar de Veluwe zouden gaan waar toen geen verbod was. De koopmansgeest van het stadsbestuur kwam hier sterk naar voren, een verbod is er kennelijk ook nooit van gekomen. In de daaropvolgende jaren bleef de kerkenraad het verzoek herhalen, maar kreeg steeds nul op het rekest. In 1660 deed de kerkenraad weer eens een nieuwe poging, ditmaal wilde men dat de dobbelaars en keukelaars werden geweerd, maar ook nu werd het verzoek door het stadsbestuur niet ingewilligd. In 1666 werd het verzoek herhaald en eiste men ook gelijk maar een verbod op alle reizigers die normaal de jaarmarkt bezochten. In 1674 liep de jaarmarkt een keer echt uit de hand en toen werd om onmiddellijke afschaffing gevraagd.
De kerkenraad kreeg toen bijval van enige militaire autoriteiten die het gemeentebestuur verzochten op te treden tegen de uitspattingen op de Deventer jaarmarkt. Natuurlijk vormde Deventer geen uitzondering, want ook op andere jaarmarkten in Nederland ging het er vaak wild aan toe, waarbij drankmisbruik een veel voorkomend verschijnsel was. Het stadsbestuur bleef zich dan ook soepel opstellen. Tegenover de jaarmarkt en heeft waarschijnlijk nooit toegegeven aan de eisen van de kerk. Er werd zelfs in 1679 besloten om de knechten van de stadsmetselaars en stadstimmerlieden elk zes gulden te geven voor kermisbier en dit was echt de kat op het spek binden. Toch bond de kerkenraad na verloop van tijd in. Wel werd het stadsbestuur er nog enkele malen op gewezen dat dobbelen en kaartspelen in de open lucht door de Deventer jeugd niet door de beugel kon, maar de protesten werden steeds zwakker en in de achttiende eeuw verdwenen ze geheel. Misschien was toen de jaarmarkt of kermis wat rustiger geworden, maar het kan natuurlijk ook zijn dat de kerkenraad zelf wat vrijer was gaan oordelen. In de loop van de negentiende eeuw verloor de jaarmarktgeleidelijk aan alle betekenis, terwijl de vermakelijkheden, die al die eeuwen in feite alleen maar dienden om fleur te geven aan de jaarmarkt en voortdurend met verbod bedreigd waren als kermis overbleven.
|