|
|
|
|
DE KERMIS TE HARLINGEN ROND 1900 |
|
|
Als oud Harlinger, kermisexploitant en miniatuurbouwer, bij velen wel bekend, leek het mij wel interessant om hierover iets te schrijven. Wij woonden destijds op de hoek Jan Ruurdstraat, het hoge huis waar ik op mijn zolderkamertje een gedeelte der kermis kon zien en daar soms uren verbleef alvorens te gaan slapen. De kermis had mij toen al in de ban met zijn prachtige verlichting en orgels, waarop opera’s, operettes, walsen enz. weerklonken. |
![]() |
|||||||
|
De kermis ging toen door tot in de nacht. Om elf uur zweeg het orgel van de Draaimolen en speelde het orgel van de Bioscoop van Willem Lohoff door, want de bezoekers van de Stoomcarrousel op de Grote Brede Plaats gingen dan nog een bioscoopje pikken of naar het theater (piassenspul). Nu in 1900 even een tochtje langs de diverse attracties. Dit was de eerste keer dat vele exploitanten hun eigen licht draaiden. De fronten wisselden jaarlijks aan weerszijden van De Schritsen. Op de Ossenmarkt stond dit jaar een geheel nieuwe attractie, namelijk het Kristallen Lichtpaleis van Alex Benner - Tewe, een achthoekige spiegelzaal met variërend licht, dat telkens van deze zaal iets anders maakte, een grot, een paleis, enz. Een fantastisch kunstwerk, nagemaakt van de Wereldtentoonstelling in Parijs. Helaas had dit kunstwerk geen levensvatbaarheid en er is veel geld mee verspeeld. Het front was in jugendstil met een half bolle koepel. Het is nog een van de historische stukken uit onze collectie. Op de hoek hiernaast stond een grote Draaimolen van Meijer. Dan kwam de doorgang van de straat welke vrij moest blijven en daarna de Kop van Jut van de familie Kwast, bij avond verlicht met walmende tuitlampen. Dit was een keurige familie uit Harlingen, waarvan wellicht nog nazaten leven. Het echtpaar Kwast had nog een ongetrouwde zoon Siebe, waarop, zoals in die tijd de gewoonte was, een liedje was gemaakt: “Siebe zei als ik je krij, sla ik je met een lepel brij”. |
|||||||
![]() |
|||||||
|
Achter de oude Harmonie stond het Theater van Hart en Schouten waar parade werd gemaakt door een drietal muzikanten met blaasinstrumenten en Turkse trom. De familie reisde toen, zoals veel exploitanten per schip. Het schip van Hart en Schouten lag dan in de Zuiderhaven voor de Jan Ruurdstraat. Men verzorgde in het Theater een avondvullend programma van bijna drie uur met acrobatiek, toneel en pantomime waar de gehele familie aan mee werkte. De beide eigenaars waren zwagers en de echtgenote van de heer Schouten werd “tante Emmie”genoemd. |
|||||||
|
De kinderen zaten weleens bij ons op de stoep, want in de benauwde roef van het schip was het soms niet uit te houden. De kinderen kregen dan wel eens een koekje van mijn moeder. De zoon Willem was van mijn leeftijd en die heb ik later in Joure, waar hij een vaste bioscoop had, wel eens gesproken. Naast het theater, ongeveer voor de sigarenfabriek van de heer Ritsma stond de prachtige Bioscoop van Willem Lohoff, een twintig meter lange tent met gebeeldhouwd front waarop met gouden letters stond te lezen: “Grand Kinematograph W. Lohoff Levende Fotographiën”. Voor het front stonden vier beelden, waarvan de buitensten een muziekinstrument droegen. Een kostbare geluidloze stoommachine van het merk Badenia zorgde voor de elektriciteit en een prachtige Gavioli voor de muziek. Dit orgel werd later door de Belgische orgelfabrikant Pierre Eich voorzien van een moderner front. |
|||||||
|
|
|