|
|
|
|
KERMIS ROTTERDAM, BEROEMD EN BERUCHT! |
|
|
Ik was toen vijf jaar, maar toch heb ik nog een vage herinnering behouden aan de Veemarkt, vol Draaimolens, Luchtschommels en wat dies meer zij. Ik weet nog, dat mijn vader mij op zekere morgen meenam om mij de kermis te laten zien en dat ik toen in een Draaimolen mocht zitten. In mijn verbeelding zie ik nog het kleurige houten paardje, dat ik vast omklemde zolang de rit duurde. Ook herinner ik mij heel goed, dat de Draaimolen door een echt paard in beweging werd gebracht en dat er een orgel in speelde. Verder heb ik een herinnering bewaard aan lange rijen kramen, waarschijnlijk op de Goudse Singel, waar ik eens met mijn moeder langs wandelde, kramen met speelgoed, snuisterijen en snoeperij, waarbij de felgekleurde zuurstokken de meeste indruk op mij maakte. Het weinige dat ik verder over de kermis kan vertellen weet ik alleen uit overlevering, maar misschien kunnen anderen mijn verhaal nog wat aanvullen. |
|
|
|
Poffertjes- en Wafelkramen, tentjes met gerookte paling enz. Het was een uitbundig feest voor jong en oud, voor rijk en arm. De kermis werd druk bezocht, niet alleen door de Rotterdammers zelf, maar ook door de bewoners van de omliggende plaatsen. De schouwburgen vertoonden speciale kermisstukken en in verschillende zalen waren kermisbals. |
|
Een paar weken lang duurde de feestroes, die zijn hoogtepunt bereikte op de laatste zaterdag van de kermis, de zogenaamde “dolle zaterdag”. Op die dag werkte ’s middags en ’s avonds niemand meer, zelfs de haven lag stil en verlaten, een ongewoon verschijnsel in die tijd! Die dag werden heel wat opgespaarde en zuur verdiende centjes stukgeslagen. De cafe’s waren tjokvol, in de grote zaak van Bierman in de Hugo de Grootstraat had men geen handen genoeg om de kermis - gangers te voorzien van “alebessen met suiker”, de kermisdrank bij uitstek. Niet allen het kermisterrein, maar de hele binnenstad was des avonds een deinende, feestvierende massa. De winkeliers, die bang waren voor hun winkelruiten, deden al vroeger de luiken er voor. Op de Hoogstraat, Korte Hoogstraat, Schiedamse Dijk en in de Zandstraatbuurt moet het een zingende en hossende mensenmenigte zijn geweest. Telkens klonk het kermislied op, er was ieder jaar een nieuw, afgewisseld door de “alebessenhos”: “Alebessen, alebessen, hi, ha, ho!” Grote hoeveelheden alcohol werden verzwolgen en felle vechtpartijen waren er vaak het gevolg van. Deze bacchanalen, die tot diep in de nacht duurden, droegen er niet weinig toe bij, dat de tegenstanders van de kermis tenslotte hun zin kregen. |
|
|
|
augustus terugkerende Poffertjes- en Wafelkramen bleven aan de kermis herinneren. De Oud - Rotterdamse kraam van Koolsbergen stond altijd op de Grote Markt. Verder zag men vele, ook nu nog bekende namen, zoals Bongers, Tegelaar, Muller, D.N. Visser, M. Beekvelt en anderen. Daarnaast verschenen ook de kraampjes met gerookte paling, onder andere van Roepius, nog ieder jaar in augustus. Helaas, ook dit behoort allemaal tot het verleden. Na 1945 hebben we twee maal per jaar een ‘Lunapark’, zowel op de rechter- als op de linker - Maasoever. Er wordt een heleboel lawaai geproduceerd, maar kermis?, nee, daarop lijkt het niet veel meer! |
|
WIE STONDEN ER IN 1907 O.A. OP DE ROTTERDAMSE KERMIS? |
|
|
||||||||||||||||||||
|
|
|