|
Ondertussen had hij voor de zoveelste keer geprobeerd met kunstbenen door het leven te gaan, maar hij kon er echt niet aan wennen. Vandaar ook dat zijn bovenlichaam na al die jaren sterk ontwikkeld was. Hij kon met gemak trappen klimmen en sprong gerust vanuit de cabine van zijn vrachtwagen op de grond. Dat deed een politieagent eens heftig schrikken. Op een dag reed Greeff vanaf een verkeerde kant het kermisterrein op. Van de agent moest hij omkeren, maar werd hierover zo kwaad dat hij uit de cabine op de grond sprong en de verbijsterde agent ervan langs gaf. Toen de agent eenmaal van de schrik bekomen was werd Greeff geen strobreed in de weg gelegd. Hij dook ooit in Hoorn een hond achterna die dreigde te verdrinken, maar ook hebben zeker twee mensen hun leven te danken aan de zwemcapaciteiten van Jan Zonder Benen. Uit het Spaarne in Haarlem redde hij eens iemand uit het water. Ook in de Brouwersgracht te Amsterdam was eens een kind in het water gevallen. Iedereen keek en verwachtte dat er wel iemand zou proberen het kind te redden, maar niemand deed iets. Maar Greeff, die toen nog op zijn boot woonde, erkende het gevaar en dook het water in. Hij wist toen nog niet dat het kind dat hij redde Frans Theunisz was, die later de schoonzoon zou worden van Jan Verwijk, de Gebakkraam exploitant uit Purmerend. In de cabine van Greeff’s vrachtwagen (en later van zijn bus) waren allerlei voorzieningen getroffen, zodat hij zonder problemen kon rijden. Daarnaast reed hij ook nog op een motorfiets met zijspan, waarin zijn vrouw Alie dan meeging. Alie of Aaltje Kreeft kwam uit Zwolle en was opgegroeid in een zwaar gereformeerd gezin. Jan heeft altijd veel steun aan haar gehad.
|