logo009

MINIATUUR KOLENMIJN

van

JAN WILLEM GREEFF

In de tijd dat Kijkwerk nog volop aanwezig was op de Nederlandse kermissen was er tussen al die Parade makende zaken, Variététheaters en andere showtenten een heel klein, maar wel bijzonder kijktentje aanwezig n.l. ’De Miniatuur Kolenmijn’ van Jan Willem Greeff, oftewel Jan Zonder Benen. Behalve dat deze attractie leuk was om naar te kijken had deze ook een educatieve waarde. In die periode waren de kolenmijnen zo belangrijk dat bijna de gehele Nederlandse economie daarvan afhankelijk was.

Kol1

DE EXPLOSIE
Jan Willem Greeff werd op 1 september 1899 geboren in de Langestraat 26 te Amsterdam, waar zijn ouders een melkwinkel hadden. Behalve Jan waren er nog twee broers en drie zussen in het gezin. Toen Jan elf jaar was verhuisde de familie naar Rotterdam, maar kennelijk had hij het daar niet naar zijn zin. Het grote avontuur trok. Nadat hij een korte periode op het opleidingsschip Pollux had gezeten, liep hij van huis weg en ging op de grote vaart. Zijn ouders hadden geen idee waar hij gebleven was en gingen ervan uit dat hij wel dood zou zijn. Gelukkig was dat niet het geval, maar wel zou hij korte tijd later het slachtoffer worden van een explosie. Dat gebeurde aan het einde van de Eerste Wereldoorlog toen Jan met een carbid geladen schip in de Londense haven afmeerde. Het schip ontplofte en Jan ging mee de lucht in. Hij vloog overeen grote loods heen en kwam op de naastgelegen aanlegsteiger neer. Hij was zwaar gewond en werd met grote spoed naar een ziekenhuis vervoerd. Daar bleek dat zijn beide benen geamputeerd moesten worden. Hij was toen twintig jaar. De explosie was natuurlijk wereldnieuws, maar in die tijd was natuurlijk lang niet iedereen op een krant geabonneerd. In de Nederlandse pers verschenen berichten over de explosie met vele doden en gewonden. Bij de gewonden was ook een Rotterdamse matroos van ongeveer twintig jaar. Toevallig werd het artikel gelezen door de buurvrouw van de familie Greeff. Zij ging terstond naar de buren en liet het artikel lezen. Bij moeder Greeff sloeg gelijk de schrik om het hart. Dit moest haar verloren en verdwenen zoon zijn. Zij nam contact op met het Leger des Heils en het Rode Kruis, met het verzoek om uit te zoeken of die gewonde Hollandse jongen soms haar zoon Jan was. Nog diezelfde dag kreeg zij de bevestiging dat die Hollander inderdaad haar zoon was. Zij reisde spoorslags naar Londen om hem te bezoeken.

DE WOESTIJN IN
Toen Jan Greeff uit het ziekenhuis ontslagen werd, bleef hij niet bij de pakken neerzitten. Men zou verwachten dat hij verder wel een rustig leven zou gaan lijden, maar niets was minder waar. Hij kreeg kunstbenen, maar hij was te ongeduldig om daar aan te wennen. Ondanks zijn handicap verlangde hij er toch weer naar, om net als vroeger, de wijde wereld in te trekken. Door al zijn omzwervingen sprak hij inmiddels diverse vreemde talen. Bij een neef vond hij een gewillig oor. Er werd afgesproken dat de neef op een paard en Jan in een wagentje op reis door Europa zouden gaan. De reis verliep zeer voorspoedig en al gauw werd het duo zo overmoedig dat zij besloten Europa te verlaten en door te reizen naar Noord Afrika. Het zou tenslotte best leuk zijn eens een bezoek te brengen aan een Sultan die in zo’n sprookjespaleis woonde. Doordat Jan niet op zijn mondje gevallen was en ook vele talen sprak, trok hij al snel de aandacht en sprak iedereen over die dappere, maar vreemde Hollanders, die in een wagentje en op een paard door de woestijn reisden.

VERBLIJF IN EEN HAREM
Een Sultan, die het avontuur van de Hollanders ter ore was gekomen, liet voor Jan Greeff een soort kist maken, die door een kameel gedragen kon worden. Tijdens een ontvangst op het paleis werd Jan de reiskameel ter beschikking gesteld. Voor hem hoefde het echter niet zo, want hij reisde liever in zijn eigen wagentje verder. Ondertussen was besloten weer naar Nederland terug te keren. Hij sloeg dan ook de aangeboden reiskameel op zeer tactische wijze af, maar vroeg wel of hij niet een paar dagen in de harem van de Sultan kon vertoeven.

DE KERMIS OP
Ook eenmaal terug in Nederland was Jan Greeff te energiek om niets te doen. Hij kocht een schip, waarmee hij in de Brouwersgracht tegenover het IJkkantoor in Amsterdam lag. Één van zijn broers was timmerman en had in 1817 uit pure hobby een ‘Miniatuur Kolenmijn’ gebouwd. Alles in de verlichte mijn kon bewegen zoals de liften en transportbanden. Het geheel werd door een klein motortje aangedreven. De Kolenmijn was één meter vijftig in het vierkant en een halve meter diep. Jan besloot om met deze Kolenmijn de kermis op te gaan en werd dus exploitant. Het reizen ging in eerste instantie per schip, maar dat ging volgens Jan veel te langzaam. Nog vóór 1940 kwam hij met een grote viercilinder Chevrolet verhuiswagen. Hij ging wonen op het Veemarktterrein in Amsterdam. De Kolenmijn werd opgebouwd in een aanhangwagentje. Greeff zat naast de mijn achter een boekorgeltje met een mansbakje voor een vrijwillige bijdrage. Om de omzet te verhogen verkocht hij koperen mijnwerkerslampen.

MENSEN REDDER

Kol3

Ondertussen had hij voor de zoveelste keer geprobeerd met kunstbenen door het leven te gaan, maar hij kon er echt niet aan wennen. Vandaar ook dat zijn bovenlichaam na al die jaren sterk ontwikkeld was. Hij kon met gemak trappen klimmen en sprong gerust vanuit de cabine van zijn vrachtwagen op de grond. Dat deed een politieagent eens heftig schrikken. Op een dag reed Greeff vanaf een verkeerde kant het kermisterrein op. Van de agent moest hij omkeren, maar werd hierover zo kwaad dat hij uit de cabine op de grond sprong en de verbijsterde agent ervan langs gaf. Toen de agent eenmaal van de schrik bekomen was werd Greeff geen strobreed in de weg gelegd. Hij dook ooit in Hoorn een hond achterna die dreigde te verdrinken, maar ook hebben zeker twee mensen hun leven te danken aan de zwemcapaciteiten van Jan Zonder Benen. Uit het Spaarne in Haarlem redde hij eens iemand uit het water. Ook in de Brouwersgracht te Amsterdam was eens een kind in het water gevallen. Iedereen keek en verwachtte dat er wel iemand zou proberen het kind te redden, maar niemand deed iets. Maar Greeff, die toen nog op zijn boot woonde, erkende het gevaar en dook het water in. Hij wist toen nog niet dat het kind dat hij redde Frans Theunisz was, die later de schoonzoon zou worden van Jan Verwijk, de Gebakkraam exploitant uit Purmerend. In de cabine van Greeff’s vrachtwagen (en later van zijn bus) waren allerlei voorzieningen getroffen, zodat hij zonder problemen kon rijden. Daarnaast reed hij ook nog op een motorfiets met zijspan, waarin zijn vrouw Alie dan meeging. Alie of Aaltje Kreeft kwam uit Zwolle en was opgegroeid in een zwaar gereformeerd gezin. Jan heeft altijd veel steun aan haar gehad.

Kol2c Kol7 Kol6a

HET EINDE
Jan Willem Greeff, die onder zijn collega’s bekend stond als Jan Zonder Benen was een markant figuur in de Nederlandse kermiswereld. Hij was een goed mens en een goed collega en had daardoor veel vrienden. Jan Willem Greeff overleed op 18 juli 1959 op negenenvijftig jarige leeftijd tijdens de kermis te Leeuwarden. Hij werd in Raalte begraven. De Kolenmijn is vanuit Leeuwarden door onder andere Jan Verwijk teruggereden naar de Veemarkthallen in Amsterdam. Wat er daarna mee gebeurde is onbekend. Enige jaren geleden dook de Kolenmijn weer op bij de firma Eckelboom in Rumpt. Het lag in de bedoeling deze te restaureren, maar het is onduidelijk of dit inmiddels is gebeurd.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl