|
De kraam was in eerste instantie elf meter lang, maar toen de ondernemende achttien jarige zoon deze in 1904 overnam, werd de kraam met vijf meter verlengd. Deze aangebouwde vijf meter werd destijds door de familie altijd ‘het open endje’ genoemd. Het vervoer van de kraam ging in het begin per schip van schipper de Jager, later werd ook regelmatig per trein gereisd. Voor de korte afstanden binnen de provincie werd meestal gebruik gemaakt van een vrachtrijder. De familie Dekkers reisde tot en met 1940 en net als de meeste andere kermiszaken lagen ook zij gedurende de oorlogsjaren stil. Na de oorlog kwamen de kermissen weer langzaam op gang, maar voor de meeste verkoopzaken ging het zeer moeizaam, omdat toen bijna alle grondstoffen op de bon waren. In 1947 werd besloten met het kermisbedrijf te stoppen en werd de kraam verkocht naar Monnickendam. De kermissen die in de loop der jaren het meest werden bezocht waren onder andere Wormerveer, Krommenie, Zaandam, Den Helder, Texel, Enkhuizen, Hoorn, Grootebroek en buiten de provincie ’s-Hertogenbosch en Nijmegen. Ook Groningen en Deventer werden zo af en toe wel eens bezocht.
H. van Oers
|