logo009

PALINGKRAAM

van de familie
 
VAN DER HAAR

De ’Palingkraam’ van Van der Haar uit Genemuiden was jarenlang een begrip op de Nederlandse kermis, net als bijvoorbeeld de familie Lohman en Bottenberg. De familie van der Haar was van oudsher niet bekend met het kermisleven, maar zaten in de visserij. Zo zijn ze uiteindelijk ook in het kermisbedrijf terecht gekomen.

SCHOENEN en PALING
Het begon allemaal tijdens de mobilisatie van 1914 - 1918 toen de op 30 mei 1902 geboren Johannes van der Haar als schippersknecht in Waalwijk terecht kwam, waar hij na enige tijd ging werken bij de schoenfabriek van Kleijberg. Hij had het daar goed naar zijn zin en besloot een tijdje te blijven. In 1924 trouwde hij met de eveneens uit Genemuiden afkomstige Johanna Eenkhoorn en het paar huurde een woning van Wagenmakers in de Stationsstraat op nummer 85. Daar beiden uit een vissersgezin afkomstig waren en zodoen goed op de hoogte waren van de vishandel, kwamen zij op het idee om te proberen in die branche iets bij te verdienen. Zo gingen ze met een korf vol gerookte paling langs de plaatselijke café’s en de handel viel niet tegen. Na ook enkele kermissen te hebben meegemaakt zagen zij wel dat hier best een goede boterham in te verdienen was. Tijdens die kermissen verkochten zij hun paling gewoon vanuit het opengeschoven raam van hun woning in de Stationsstraat. Johanna miste echter haar familie en dit was de reden dat er in 1927 werd besloten om terug te keren naar Genemuiden.

PaHa1b

VERKOOPKRAAM
Vanaf die tijd legden zij zich nog uitsluitend toe op de palinghandel en omdat zij in Waalwijk en omgeving inmiddels een goede reputatie hadden opgebouwd, kregen zij gelijk een vaste plaats op de kermissen van Waalwijk en Kaatsheuvel. Men had ook besloten zich met de verkoop helemaal te gaan richten op de kermis. De korf met paling was inmiddels vervangen door een echte verkoopkraam van drie meter, die van der Haar omstreeks 1926 had laten bouwen. Voor het vervoer van die kraam werd destijds een beroep gedaan op het Waalwijkse transportbedrijf Appels, die alles van de ene naar de andere kermis vervoerde. Zo kwam de familie van der Haar in het echte kermisleven terecht, als je tenminste van leven kunt spreken, want alles ging toen nog heel erg primitief. Buiten de verkoopkraam had men helemaal niets wat het huishoudelijke leven enigszins kon veraangenamen.

Een van de twee eerste verkoopkramen.

Kermis te Waalwijk in 1936.

PaHa2a

Men had geen transportwagen, maar ook geen woonwagen, zodat de verkoopkraam tevens diende als woonkamer, keuken en slaapkamer. Doorgaans werd er aan de kraam een extra tent gebouwd, waarin alle huisraad werd opgeslagen. Alles zat in kisten verpakt om het vervoer te vergemakkelijken. Ieder stukje huisraad had zijn eigen plaats. Zo was er onder andere een beddenkist, een potten- en pannenkist en een petroleumkist waar de kooktoestelletjes inzaten. Ondanks de beperkte ruimte kon men toch spreken van een ordelijk geheel en dat moest ook wel, want het was tenslotte een verkoopkraam. Slapen deed de familie altijd onder de toonbank en hieruit blijkt wel dat er van enige privacy totaal geen sprake was.

DE KINDEREN
Het echtpaar van der Haar kreeg vijf kinderen, waarvan de oudste zoon Maarten nog in Waalwijk geboren was. Die oudste zoon zou later de opvolger in het kermisbedrijf moeten worden, maar dat pakte toch anders uit, want Maarten verkoos het bedrijfsleven boven de kermis en werd vertegenwoordiger in het bedrijf van zijn schoonvader. Maar toch kwam hij graag eens meehelpen en de kermis in zijn geboorteplaats Waalwijk sloeg hij nooit over. Zoon Albert nam na zijn huwelijk met Annie Barneveld de zaak van zijn ouders over. Deze bleven echter wel gedurende het hele seizoen

meehelpen. De verkoopkramen, men had er inmiddels twee, hadden er inmiddels al heel wat jaartjes opzitten. Daarom werd in 1948 besloten het bedrijf te moderniseren en een echte verkoopwagen aan te schaffen. Inmiddels beschikte men ook over een salonwagen, dus slapen onder de toonbank was er niet meer bij. De zaken gingen goed en in 1966 werd er weer een nieuwe verkoopwagen gekocht. Toch bleven de oude opbouwkraampjes ook in exploitatie, want soms had men twee plaatsen op de kermis. Ook gebeurde het dat er geen plaats was voor de grote verkoopwagen, zoals bijvoorbeeld in Groningen, waar het oude kraampje dan precies tussen twee bomen paste. Ook was het zo mogelijk om op deze manier de zogenaamde dubbele kermissen te doen. Het is voorgekomen dat men op deze manier jaarlijks zo’n veertig tot vijftig kermissen bezocht. Dit was echter op den duur niet meer vol te houden, zeker niet toen vader en moeder besloten te stoppen met reizen en daarom werd besloten om alleen nog maar met de verkoopwagen op reis te gaan.

PaHa5a

Albert van der Haar en moeder Johanna.

EINDE VAN HET BEDRIJF
Johannes van der Haar overleed in 1984 in zijn woonplaats Genemuiden. Het echtpaar heeft altijd het kermisbedrijf met grote interesse gevolgd. In de tweede helft van de tachtiger jaren werd wederom een nieuwe verkoopkraam gekocht en werd het assortiment wat uitgebreid met andere soorten vis. Het leek allemaal zo mooi, maar helaas werd Annie van der Haar ernstig ziek.

PaHa9a

Albert en Annie van der Haar tijdens de kermis te Deventer in 1984

Ondanks haar ziekte was zij toch nog zo veel mogelijk in de kraam aanwezig, maar dit heeft zij uiteindelijk niet vol kunnen houden. Annie van der Haar overleed op 27 juni 1989 op vijftig jarige leeftijd. Voor Albert was het daarna moeilijk het bedrijf voort te zetten. Hij heeft het nog wel enige tijd geprobeerd, geassisteerd door zijn dochters Johanna en Petra, maar uiteindelijk besloot hij toch te stoppen en het bedrijf te verkopen. De nieuwe eigenaar werd A. Wielders - Kooistra die onder de naam van der Haar het bedrijf voortzette. Helaas was ook dit maar voor korte tijd.

PALING GEKTE
De familie van der Haar heeft ooit aangegeven, altijd met veel plezier in Waalwijk gewerkt te hebben. Hele fijne mensen en ook hele goede klanten. Zelfs net na de oorlog, toen de verkoop eens goed uit de hand liep. De paling was toen nog op toewijzing, maar van der Haar had zijn toewijzingen opgespaard voor de Waalwijkse kermis en had zodoende nogal wat handel in huis. Wel moest alles tegen maximumprijzen verkocht worden, maar ondanks dat was bij de opening van de kermis de verrassing kompleet. Toen men om vier uur open ging stonden vier

politieagenten hand in hand voor de kraam om het steeds groter wordende aantal klanten tegen te houden. De gerookte paling, de eerste na de oorlog, lag netjes afgewogen achter de toonbank. Het ging er echter zo snel uit, dat men binnen enkele uren was uitverkocht. Daar stond je dan, ben je net open en dan kun je weer sluiten. Het Waalwijkse publiek was zo verzot op de IJsselmeerpaling van de familie van der Haar, dat ze vaak niet konden wachten tot de kermis open was. Het gebeurde dan ook regelmatig dat men al voor de middag bij de woonwagen aanklopte om een bosje paling te kopen, die dan bij het middagmaal soldaat werd gemaakt. Ook gebeurde het wel eens dat de kraam op zaterdag- of zondagavond gesloten was, dan bleek men gewoon uitverkocht te zijn.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl