logo009

PANOPTICUM

griekse benaming voor een verzameling wassen beelden

Deze benaming werd vroeger ook veelvuldig gebruikt voor de wassenbeeldenmusea op kermissen en jaarmarkten. Ook de benaming ‘wassenbeeldenspel’ werd vaak gebruikt.

BEWEGENDE WASSENBEELDEN
Reeds voor 1800 kon men hier kennismaken met diverse personen uit de geschiedenis, die in was waren vereeuwigd. In principe was het een leerzame show omdat het publiek, dat vaak niet kon lezen en schrijven, via de Boniseur bij de parade of tijdens een rondleiding binnen toch iets meekreeg over de vaderlandse geschiedenis of over buitenlandse vorsten en kerkleiders. Het gebeurde vrij regelmatig dat deze wassen beelden ook bewogen, er zat dan een of ander mechaniek in verwerkt.

ANATOMISCHE LES
Vaak had het ‘Panopticum’ ook een anatomische afdeling waar het publiek door middel van opengewerkte torso’s kon kennismaken met het menselijk lichaam. Deze afdeling werd lang niet altijd door iedereen bezocht en kinderen werden vaak snel langs de betreffende afdeling geloodst. Veel van deze theaters werden geëxploiteerd door buitenlandse exploitanten, die vaak een heel seizoen of een gedeelte daarvan door Nederland reisden. Vooral in de periode 1850 - 1900 waren deze ondernemingen in Nederland erg actief en verschillende namen zie je dan meerdere jaren achtereen terugkomen. Enkele bekende ondernemingen uit die periode waren onder andere Gontard en Valentin, W. Crombach, F. Duringer, W. Frohn, R. Geisler, O. Riedel, F. Welsch en C. Spork. Omstreeks 1900 kwamen daar nog enkele andere ondernemingen bij zoals J. Baumeister, W. Böhme en S.G. van Buuren uit Leiden. Veel is er over al deze reizende musea niet meer te achterhalen. Het programma dat zij brachten werd doorgaans via advertenties uitgebreid vermeld in de plaatselijke media.

Pano4

Kermis Tilburg in 1891.

Pano8a

Ansichtkaart ‘Panopticum’ W. Böhme.

BEELDEN EN ORGELMUZIEK
Slechts enkele details zijn bekend. Zo had William Böhme bij zijn ‘Panopticum’ een cilinderorgel staan, toen reeds voorzien van slagwerk en bekkens. Op het instrument, dat nog wel met de hand werd gedraaid, stonden diverse bewegende beelden. Dit orgel speelde destijds veel muziek van de componisten Paul Lincke, Offenbach en Frans Lehar.

DOODENGE DINGEN
Veel attributen stonden in glazen vitrines en er waren dingen bij waar het publiek eigenlijk liever niet naar keek om dat het eigenlijk te afschrikwekkend was. Otto Riedels ‘Panopticum und Museum’ werd gebracht in een lange tent waarvan het front in een zevental vakken was verdeeld. Links een drietal vakken met de opening voor entree en het cilinderorgel. Dan een aantal dichte vakken met beschilderde tableaus en daarna een open vak met de kassa. Boven deze kassa stond geschilderd: “Die letzte Azteken”. Deze zaak moet een frontbreedte hebben gehad van ongeveer tweeëntwintig meter. Bij het betreden van deze tent stond men achter de rood pluche gordijnen gelijk tegenover een zielig uitziend vrouwtje en haar overleden

echtgenoot. Het vrouwtje was een levend persoon, maar de echtgenoot was uitgevoerd in was. Beide personen bevonden zich op een ongeveer tachtig centimeter hoog podium. Het vrouwtje stond met haar armen over elkaar. Deze mensen waren iets bijzonders. Het publiek werd opmerkzaam gemaakt op het feit dat het hier ging om iets bijzonders in de schepping. Terwijl wij drieledige vingers hebben, hadden deze mensen tweeledige. Het voorhoofd liep schuin achterover in het verlengde van de neuslijn. Deze mensen werden destijds ook wel zogenaamde vogelmensen genoemd. Verder werd nog vermeld, dat zij en bijzondere manier van lopen hadden. Het publiek kreeg verder te horen dat de echtgenoot was gemummificeerd, maar velen wisten niet dat dit bij de wet verboden was. Diverse bezoekers kregen medelijden met het vrouwtje en stopte haar soms wat geld toe. In het paradedeel van de tent stond bij Riedel een bewegende groep waaronder een dokter met patiënt. In deze beelden zat een mechaniek verborgen, waardoor de dokter af en toe over de patiënt boog die op zijn beurt met de ogen knipperde.

HIJGENDE DAME MET BLOTE …..
Bij het ‘Panopticum’ van S.G. van Buuren, later J. van Buuren, was links in de controle de ingang met kassa. Aan de andere kant stond een hijgende dame met blote voeten op een plank met spijkers. Om haar middel hing een gewicht van honderd pond. Diverse bloedsporen deden hier het ergste vrezen. Hier vlak bij zat nog een zigeunerin met hoofddoek die van links naar rechts over een stapeltje uitgespreide kaarten bewoog. De muziek werd bij deze zaak destijds verzorgd door een Gasparini orgel. Een van de dames van Buuren trouwde later met iemand uit de familie Tasselaar uit Tiel, destijds een bekende firma voor het leveren van tentzeilen. Deze dame heeft zich nog eens laten ontvallen dat zij voor geen goud in het donker tussen de beelden in de tent durfde

VAN KERMIS NAAR VAST GEBOUW EN WEER TERUG
Begin 1900 nam het aantal reizende panopticums snel af en na verloop van tijd was er vrijwel geen een meer van over. De wassen beelden werden voortaan tentoongesteld in vaste gebouwen. Voor de beelden was dit beter, want er moesten tijdens het reizen nogal eens vingers of andere lichaamsdelen worden gelijmd. Ook in Nederland was toen al een wassenbeeldenmuseum. Dit was gevestigd in prachtig gebouw met marmeren trappen in de Amstelstraat te Amsterdam. Hier waren onder andere beelden te zien van Paul Kruger, Napoleon te paard, koningin Emma, Poincaré, koning Willem III en vele anderen. Ook stonden hier verschillende ademhalende of met de ogen knipperende wasfiguren. Omstreeks 1914 sloot dit museum zijn deuren wegens gebrek aan publieke belangstelling. In het gebouw werd later een bank gevestigd.

GERARD REGTER en HENDRIK LAHNSTEIN
De beelden en attributen kwamen weer op de kermis terecht en wel bij Gerard Regter uit Edam, die eertijds met een Hippodrôme en Cake Walk reisde. Regter heeft nog vele jaren succesvol met zijn ‘Panopticum’ gereisd, maar hij was waarschijnlijk dan ook de enige in

Pano12a

Mélusine, de Zeemeermin in het ‘Panopticum’ van Gerard Regter.

Pano11a

 ‘Panopticum’ Gerard Regter.

Nederland die nog met een dergelijke zaak op de kermis stond. Toen Gerard Regter omstreeks 1930 stopte met de exploitatie heeft al het materiaal nog een tijdje op het Schuttersveld te Leiden gestaan, totdat alles werd overgenomen door H. Lahnstein - Verbruggen uit Amsterdam, die dit kijkwerk verder exploiteerde onder de naam “Groot Nederlands Panopticum”. Ome Jan Visser, bekend van de zuurkramen werd destijds zijn compagnon. Hendrik Lahnstein reisde in eerste instantie met oefeningspelen, maar na de omschakeling naar het kijkwerk bleek al gauw dat dit een goede keuze was. Het ‘Panopticum’ betekende alles voor hem en was daardoor altijd het onderwerp van gesprek. Lahnstein reisde ongeveer elf jaar met zijn zaak. Ook hier gooide de Tweede Wereldoorlog roet in het eten. In de bezettingstijd werd een groot gedeelte van de beelden tot klompen was omgesmolten. Dit betekende het definitieve einde van dit ‘Panopticum’, want voor Lahnstein was toen de lol er af, want van zijn verzameling beelden was niet veel meer over. Samen met zijn vrouw ging hij daarna mee reizen met zoon Piet en schoondochter Bep die toen een Schietsalon exploiteerden. Na de oorlog is nog geprobeerd de tent van het ‘Panopticum’ plus nog wat restanten van het interieur te verkopen. Niet bekend is of dit ooit nog is gelukt.

Gelijk met Regter en Lahnstein hebben er nog enkele exploitanten voor korte tijd een ‘Panopticum’ geëxploiteerd, waaronder de firma’s J. Groenteman uit Rotterdam en Koning - Wilson, laatstgenoemde in combinatie met Ferdinand Desmet. Ook Jan Visser is bij deze zaken nog compagnon geweest. Ook van deze panopticums is niets meer overgebleven.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl