logo009

‘VICTOR CONSAEL’

POFFERTJESKRAMEN

Van de familie Consael zijn niet veel gegevens te achterhalen. Wel is inmiddels bekend dat het niet alleen Victor Consael was die met een poffertjessalon door Nederland reisde.

PofCon1a

FAMILIE CONSAEL
Al lang voordat Victor Consael naar Nederland kwam reisde hier al meerdere personen uit deze familie. Zo zien we hier omstreeks 1862 al een Consael op de kermis met een Beignetkraam en omstreeks 1885 verschijnt er ook een Consael die reist met een Wafelkraam onder de naam ‘Taverne Parisienne’. Wat later reist hier ook nog het ‘Etablissement 
L. Consael de Paris’, die behalve Beignets, Brusselse en Hollandse wafels ook Patates Frites verkoopt. Omstreeks 1885 komen we voor het eerst de naam Victor Consael tegen, die destijds in zijn advertenties achter zijn naam altijd tussen haakjes het woord ‘z
oon’ plaatst. Waarschijnlijk was hij dus een afstammeling van een Consael die hier reeds eerder bekend was.

PofCon2a

Kermis Leeuwarden 1865

De kermisoorsprong van de familie Consael begint in België. Daar werd op twee oktober 1847 in het plaatsje Ath Victor Celestin Consael geboren. Zijn vader, de koopman Pierre Ferdinand, was toen achtentwintig jaar oud en zijn moeder Christine Jeanette Lijssens vijfentwintig jaar. Victor had in ieder geval drie broers: Charles, Frits en Max. Ook had hij nog een zus, waarvan de naam onbekend is. Victor Celestin Consael trouwde met Dominice Riozzi, die was geboren op vier maart 1864 te Piccioni, bij Pegugia in Italië. Haar familie reisde later in Nederland met een Bioscoop. De familie Consael (de naam schijnt een verbastering te zijn van het Portugese Gonzales) verhuist in de loop der tijd van België naar Nederland. Als woonplaats kozen zij Breda, de plaats waar later ook de familie Riozzi hun domicilie had. Zij woonden onder andere in de van Bergenstraat op nummer 17 en op de Middellaan 111. Het is niet bekend of Victor en Dominice Consael ook kinderen hadden.

1887.

De familie Consael begon omstreeks 1838 met de exploitatie van ‘Beignet en Wafelkramen’. In eerste instantie reisden ze hoofdzakelijk in België, maar toen daar op een gegeven moment de markt verzadigt raakte gingen ze steeds meer Nederlandse kermissen bezoeken. 

PofCon4a

De broers van Victor, Frits en Max bleven met hun gebakkramen in België reizen. In een museum te Gent moet nog ergens een front van Max Consael liggen. Charles Consael heeft omstreeks 1900 nog wel in Nederland gereisd.

In 1897 werd het etablissement ‘Victor Consael de Paris’ op een tentoonstelling in Brussel bekroond met het ‘Diplôme d’Honneur’. Vijf jaar later, in 1902, werd de zaak ook in Den Bosch bekroond. Enkele plaatsen die doorgaans bezocht werden waren onder andere: Groningen, Leeuwarden, Deventer en later ook Tilburg. Victor en Dominice Consael overleden allebei in 1917. Onduidelijk is wie dan in de jaren daarna de zaak beheerde.

Interieur ‘Victor Consael’ omstreeks 1905.

NACKE & VAN LEEUWEN

PofCon6a

In 1930 wordt de Poffertjeskraam overgenomen door Frits Hendrik Johannes Andreas (Harrie) Nacke samen met compagnon Jac. van Leeuwen, beiden afkomstig uit Breda. Nacke werkte al vanaf 1920 als bakker bij Consael en van Leeuwen kocht eerder samen met Dries Giezen de stoomcarrousel van de weduwe Benner - van Bergen. Van Leeuwen overleed in 1932, waarna Nacke de exploitatie zelfstandig voortzette. Harrie Nacke, geboren op 15 februari 1896 te Utrecht, trouwde in 1926 met Cornelia Barbara Driessen, geboren op 22 oktober 1902 te Breda. Zij kregen op 1 januari 1929 een dochter.

Jac. van Leeuwen trouwde op een bepaald ogenblik met Fietje van Netten. Zij was de weduwe van Johan Neef. Na het overlijden van Jac. van Leeuwen trouwde Fietje met Pieter van Twist. Samen exploiteerden zij vanaf 1952 de poffertjeskraam met op het front ’Victor’. Fietje overleed op 15 november 1969 te Breda.

Advertentie H. Nacke en
J. van Leeuwen in 1931.

DE BAAR
In 1946 neemt Antoon de Baar uit Utrecht de poffertjeskraam over van Nacke. De Baar exploiteerde voorheen het café - restaurant Royal op de Oudegracht te Utrecht. Er kwam in die tijd regelmatig personeel van Consael in zijn zaak en op deze manier kwam de Baar in contact met Harrie Nacke, die aangaf de zaak best te willen verkopen. De Baar vond het best avontuurlijk om met een Poffertjeskraam op reis te gaan. Uiteindelijk wordt de koop gesloten en de Baar wordt de nieuwe eigenaar van de Poffertjeskraam, inclusief het pakhuis in Breda. De kraam werd doorgaans per trein vervoerd. Het transport bestond uit een salonwagen, een keukenwagen, drie pakwagens en een tractor. Antoon de Baar kreeg al snel de smaak te pakken en reisde korte tijd later zelfs met twee kramen, allebei onder de naam ‘Victor Consael’. Buiten de originele kraam kocht de Baar ook nog een kleinere poffertjeskraam van de firma Hoefnagel uit Breda, die toen zelf ook twee poffertjeskramen had. Deze stond ’s zomers altijd in Middelburg. Daar heeft overigens Piet Albers nog gewerkt. De kleine kraam is later overgegaan aan Jan Bek en weer later naar de familie van de Steen.

PofCon11a

 De pakwagens op de trein.

PofCon7a

A. de Baar op de kermis te Groningen in 1952.

PofCon8a

A. de Baar (rechts) en links Piet van Kemenade.

PofCon9a

 A. de Baar (l).

Tijdens de exploitatie was de Baar geen gemakkelijke man. Hij was zeer streng voor zijn personeel. Ook in de zaak moest alles er altijd tot in de puntjes verzorgd uitzien. Er lagen altijd lopers in de zaak en op plaatsen waar geen lopers lagen was de vloer bestrooid met zilverzand. Er speelde in die tijd altijd een orkestje in de zaak. Er hebben in de loop der jaren veel bakkers en kelners in de kraam ‘Victor Consael’ gewerkt, zowel bij Consael, Nacke, de Baar als bij Flantua. Een paar namen in willekeurige volgorde:
Piet van Kemenade, Willem Eikelenkamp, Jaap Reebergen, Cor Remkes, Henri Rutten, Boudewijn Stal, Wim Top, vader en zoon Wessels, Westerik, Jan Bek, Arie ‘De Sik’, ‘Rooie Joop’, Jan de Lil, Cor de Graaf, Wiebe Geldersma, Herman van Slooten, Piet Albers en Jan Pepping.
Sommigen, zoals Jan Bek en Piet Albers hebben later zelfstandig een poffertjeskraam geëxploiteerd.

FLANTUA
In 1967 verkoopt de Baar om gezondheidsredenen de Poffertjeskraam aan Ad Flantua uit Utrecht, die net als de Baar ook weer bij toeval in het kermisvak terecht kwam. Flantua wilde eigenlijk al een tijdje voor zichzelf beginnen, maar hij wist eigenlijk niet wat. Ad Flantua had na de lagere school de bakkersvakschool doorlopen en haalde alle diploma’s als banketbakker en patissier. Hij kreeg zijn eerste baan als patissier op de ‘Oranje’, het vlaggenschip van de Maatschappij Nederland. Na een goed jaar varen besloot hij toch maar weer aan de wal te blijven om verder te studeren. Toen hij in die tijd zijn vrouw Anja leerde kennen betekende dat het definitieve einde van het zeemansleven.
Hij kreeg een baan als vertegenwoordiger in horecaproducten. Op een verjaardag vroeg hij eens aan een oom, die accountant was, of deze niets leuks voor hem wist. Na enige weken belde die oom weer op met de mededeling dat hij inderdaad iets leuks had gevonden, maar vroeg gelijk of het wel serieus was dat hij iets anders wilde. Flantua beaamde dit, maar moest wel even slikken toen hij hoorde dat het om een Poffertjeskraam ging. De kraam werd toch door Flantua gekocht. De horeca ervaring kwam hem goed van pas. Dit gold ook voor zijn vrouw die ook de nodige ervaring had. Het echtpaar Flantua begon aan een nieuw avontuur met een zaak die in de loop der jaren een goede reputatie had opgebouwd. Het reizen ging nog steeds per trein en er werden hoofdzakelijk grote plaatsen bezocht, zoals Groningen, Haarlem, Deventer en Nijmegen. De zaken gingen redelijk. Zo werkte men in het seizoen soms wel met achttien man personeel, maar in de wintermaanden was het toch moeilijk het hoofd boven water te houden.

PofCon12a PofCon13a PofCon14a

Ad C. Flantua op de kermis te Deventer in 1968

KENTERING
In 1971 kwam de kentering. De economie ging beter maar het werd steeds moeilijker om goed personeel voor het kermisseizoen te krijgen. Uit bezuiniging had Flantua al eerder het drie-mans-orkest vervangen door een Hammondorgel, maar dit pikten de vaste klanten niet. Zij vonden dat er in een poffertjessalon een violist en geen Hammondorgel thuishoorde. Ondertussen bezat Flantua twee kramen. Hij wilde echter serieus met reizen stoppen en ging uitkijken naar vaste standplaatsen. Hij had een kleine kraam laten bouwen die een vaste plaat kreeg op het Houtplein te Haarlem. Anja zwaaide hier de scepter. Met de originele Victor Consael kraam kreeg hij een plek op het Kanaleneiland te Utrecht. Die kraam op het Kanaleneiland zag Flantua meer als een springplank. Van daaruit wilde hij een andere plek in Utrecht zien te krijgen. Dat lukte, want toen het winkelcentrum Hoog Catharijne gereed was, bleef er op het Vredenburg een stuk grond braak liggen en daar mocht Flantua zijn Poffertjessalon neerzetten. De plaats in Haarlem werd toen opgegeven. Die kraam werd gesloopt en diverse onderdelen werden gebruikt voor restauratie en reparatie van de grote kraam. Door de komst van het muziekcentrum moest Flantua in 1975 weer verdwijnen. Van de gemeente Utrecht kreeg hij drie locaties aangeboden om de kraam verder te exploiteren. Dat waren het Janskerkhof, het Moreelsepark en de Neude. Flantua koos voor de Neude. De originele Victor Consael kraam met een afmeting van achttien bij elf en een halve meter werd inmiddels verkleind tot elf bij elf en een halve meter.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl