|
HET ZOU EEN ‘GROTE’ KERMIS WORDEN De meeste kermisschuiten lagen in het Noord- Hollands Kanaal, bij Tramplein/ Kanaalschans. Daar vandaan moesten de kermisexploitanten lopend met handkarren naar de Westerstraat, Nieuwstraat en Schoolplein. In oktober stonden er ook kermisattracties op de Kippenmarkt, omdat de kermis in oktober groter was dan in mei.
In 1940 vormden de volgende attracties de mei-kermis. Op het Schoolplein stonden: de Autoscooter en Rupsbaan van Hommerson, deze firma reisde met woon- en pakwagens. Ook Vallentgoed had woon- en pakwagens. Hij stond met de Luchtschommel in de Westerstraat. In de Westerstaat stonden de Kop van Jut van Wipprecht, de Schiettent van Winter en de Fietsmolen van A. van de Veen. De laatste reisde met wagens. Hardand met de Nougatkraam en Suikerspin en J. Dobber met de Tête à Queue. Hij reisden met de schuit. Sipkema’s Automolen reisde met wagens.
|