|
Ook zoon Henk kwam met een soortgelijke zaak. Beide ‘Monte Carlo’s’ waren ontworpen door D. Smit, een jonge architect uit Groningen, die wat zijn werk betreft niets met de kermis te maken had, maar dit deed uit pure liefhebberij. De Hoepla spelen van vader en zoon Dirks waren maar liefst twaalf bij zes meter en voorzien van een prachtige verlichting. Zelfs de glazen Hoepla blokken werden indirect verlicht. Aan alles was gedacht. Zo waren de glazen Hoepla blokken bevestigd op nikkelen stangen, zodat de gemiste ringen onmiddellijk omlaag vielen. Ze kwamen dan terecht in een goot op de bodem van de tent waar een transportband de ringen verder vervoerde naar de zijkant. Daar zat dan wederom een transportband die de ringen naar het eindstation brachten bij de Kassier - Controleur, die een vaste plaats had, in het midden, achter in de tent, vanwaar hij de gehele zaak goed kon overzien. Zes verkoopsters in uniform kregen telkens veertig ringen van de kassier en met deze werkwijze had Dirks een perfecte controle bedacht die het hem mogelijk maakte in één oogopslag de stand van zaken te controleren. Het gebeurde wel eens, zoals op de kermis te Groningen, dat vader en zoon Dirks de beide ‘Monte Carlo’s’ naast elkaar opbouwden, zodat beide zaken één geheel vormden en er dus één Hoepla stond met een front van vierentwintig meter. Bij dergelijke gelegenheden stond er dan altijd een mobiele glazen showroom bij, waarin de grotere prijzen werden uitgestald. Standaardprijzen in die tijd waren onder andere vulpennen, vulpotloden, polshorloges, huishoudelijke artikelen, maar ook radio’s en fietsen. Men schijnt bij Dirks ooit zelfs een auto als hoofdprijs te hebben gehad.
|