logo009

SPORTSHOW

BOKSEN & WORSTELEN

De Sportshow of Bokstent mag gerekend worden tot één van de meest bekende Kijkwerken van de Nederlandse kermis. Deze attractie was vooral succesvol in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die periode waren ook de meeste Sportshows op reis. Vooral bij de Parade stroomde het publiek massaal toe om te kijken naar de demonstraties van de diverse sporters.

DE ‘JENNER’
Als er dan tijdens die demonstratie een zogenaamde ‘Jenner’ tussen het publiek stond, die een van de sporters ging uitdagen dan kon je er bijna altijd van uit gaan dat het een leuke voorstelling werd. Wat het publiek niet wist was dat deze zogenaamde ‘Jenner’ meestal gewoon bij de Sportshow hoorde en een fraai stukje toneel opvoerde. Toch stonden er regelmatig echte boksers en worstelaars tussen het publiek en ook deze wilde graag binnen hun kunsten vertonen. De Boniseur had het altijd wel over amateurs, maar je kon nooit weten wie er ergens tussen het publiek stond. Daarom werd met regelmaat de

vloer aangeveegd met een van de sporters uit de Bokstent, dit tot grote hilariteit van het publiek.

Boks3a

WESTENBERG
De meest bekende Sportshow was toch wel de zaak van de firma Westenberg, waar later ook Bertus Donks furore zou maken. Deze Sportshow heeft naar alle waarschijnlijkheid het langst gereisd. In tegenstelling tot het buitenland werden de Bokstenten hier eigenlijk pas populair in de vijftiger jaren van de vorige eeuw. De meeste van dit soort theaters reisden dan ook hoofdzakelijk in de periode 1950 - 1970. De concurrentie was nu niet zo erg groot, maar opvallend was wel dat veel goede en grote kermissen doorgaans naar Westenberg gingen. Westenberg introduceerde ook het ‘Catching Catch’.

Grote belangstelling tijdens de demonstraties bij M. Westenberg.

Boks2a

JANNY ROELF ABEEN
Verder reisde nog de familie Abeen met hun Boks- en Catch Sport - Hall. Tijdens de TT kermis van 1957 in Assen stond op het Marktterrein hun nieuwe Sport - Hall. In deze tent exploiteerden zij eerder een Variététheater en een Berenshow. De exploitatie van deze Sport - Hall was maar van korte duur. Dit kwam mede door het verongelukken van
Janny Roelf Abeen, die inmiddels min of meer het bedrijf van zijn ouders had overgenomen. Hun tent was 16 x 8 meter en werd in1962 te koop aangeboden.

Boks6a

‘Sportshow’ van de familie Abeen.

NOG VELE ANDERE EXPLOITANTEN
Een van de eerste, die een Bokstent op de kermis bracht, was de firma van Griensven. Zij hebben er vermoedelijk niet zo lang mee gereisd. Deze Bokstent werd reeds in 1955 te koop aangeboden.

Begin zestiger jaren kon er op de kermis flink gebokst en geworsteld worden. Buiten de firma Westenberg waren toen ook de Gebroeders Groninger en T. Dusbaba actief. De Gebroeders Groninger hebben nog in twee verschillende tenten gespeeld, een onder de naam “Sport Arena” en een onder de naam “Sport Palace”.

Toen al deze ondernemingen met de exploitatie waren gestopt leek het definitief afgelopen te zijn met de bokstent, maar toch kwamen er na verloop van tijd weer nieuwe exploitanten zodat er ook nog in de zeventiger jaren tachtiger jaren gebokst, geworsteld kon worden. Enkele bekende namen uit die tijd waren Martinus van Mullem en Bernardus Walter.

Zij hebben er nog jaren voor gevochten om dit kijkwerk voor de Nederlandse kermis te behouden. Helaas heeft dit niet mogen lukken.

De ‘Sport Arena’ van de Gebroeders Groninger.

Boks8a

‘Internationaal Sportpaleis’ van T. Dusbaba.

Waar is de bokstent gebleven?
In 1976 vroeg Fritz Abrahams zich dit af.

>Mijn mooiste herinneringen bewaar ik aan het fenomeen van de Bokstent. Lang voordat ik hoorde dat Rocky Marciano een van de beste zwaargewichten van de geschiedenis is, kende ik een kermis bokser, die dezelfde naam in een halvemaanvormig boogje op zijn shirt droeg. Een woest, besnord uitziend zigeuner type. Als de baas zijn naam afriep, sprong hij onstuimig achter het rafelig gordijn vandaan. Al slippend en schaduwboksend liet hij zijn biceps bewonderen door verblekende kantoorbedienden, terwijl hij een blazend neusgeluid (‘oef oef’) maakte. Met hoeveel overgave Rocky zijn demonstratie ook verzorgde, hij zag altijd wel kans om de blondines onder het voetvolk te verblijden met een geile knipoog. De grootste attractie was evenwel iemand die zich een zeer simplistisch pseudoniem had aangemeten, ene Johnson. Een onvervalst Mokums pratende, roodharige vechtmachine, eeuwig gehuld in een minuscuul blauw slipje, waarmee hij de blits trachtte te maken bij de vrouwtjes, die dat in die jaren nog niet mooi mochten vinden. Hij droeg tevens een veel te nauw T-shirt, zodat zijn spierbundels zowat uit het katoen puilden. Johnson kon alles: Catch, Grieks-Romeins, Boksen. In de rol van de onverbeterlijke schoft die eerbiedwaardige burgers met striemende nekslagen tussen de touwen door sloeg, oogstte hij alom respect en afschuw.

DAGDROMEN
Als jongen kreeg je voor zo’n bokstent altijd Walter Mitty - achtige dagdromen. “Wie durft voor een joetje met Johnson te knokken? “ vroeg de baas. En dan stak je traag je arm omhoog, terwijl je kaken vol zelfvertrouwen de kauwgom vermaalden. Je baande je een weg door de menigte, koeltjes de blikken van bewonderende meisjes beantwoordend. Veerkrachtig beklom je het trapje naar het podium waar je Johnson even uitdagend over zijn groezelige buik aaide. Terwijl de mensen achter je de tent binnen stroomden liet je je ijzig kalm de handschoenen aanbinden. Johnson was natuurlijk kansloos. Je liet hem even uitrazen om hem dan met razendsnelle combinaties naar het canvas te zenden. Wist die smerige sadist van geen ophouden, dan kraakte je tenslotte zo oorverdovend zijn botten, dat de baas haastig tussenbeide kwam om het gevecht af te kopen.

ONTNUCHTERING
De dagdromen werden lange tijd gevoed door sterke blozende soldaten die echt de ring in durfden te stappen om de kermisartiesten te laten kennismaken met de harde handen van de geordende burgermaatschappij. Er hoefde maar een enkeling te triomferen en je avond was goed. Het viel eigenlijk nauwelijks op, dat het steeds dezelfde soldaten waren. Hun geloofwaardigheid werd pas ernstig aangetast toen ik een van hen op een regenachtige avond achter een wagen tamelijk vriendschappelijk zag praten met de exploitant. Mijn eerste confrontatie met corruptie van de sport. Toch zou ik weer naar Rocky en Johnson zijn gaan kijken als ze vorige week in Groningen hadden gestaan. In een kraam met Nougat - blokken zag ik nog wel iemand staan die me in de verte aan Rocky deed denken, maar hij blies niet door zijn neus, hij snoot ‘m met een veel te witte zakdoek.<

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl