|
|
|
|
SPORTSHOW BOKSEN & WORSTELEN |
|
De Sportshow of Bokstent mag gerekend worden tot één van de meest bekende Kijkwerken van de Nederlandse kermis. Deze attractie was vooral succesvol in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw. In die periode waren ook de meeste Sportshows op reis. Vooral bij de Parade stroomde het publiek massaal toe om te kijken naar de demonstraties van de diverse sporters. |
|
DE ‘JENNER’ |
|
vloer aangeveegd met een van de sporters uit de Bokstent, dit tot grote hilariteit van het publiek. |
||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||
|
WESTENBERG |
||||||||||||||||||
|
Grote belangstelling tijdens de demonstraties bij M. Westenberg. |
||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||
|
JANNY ROELF ABEEN |
||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||
|
‘Sportshow’ van de familie Abeen. |
||||||||||||||||||
|
NOG VELE ANDERE EXPLOITANTEN Begin zestiger jaren kon er op de kermis flink gebokst en geworsteld worden. Buiten de firma Westenberg waren toen ook de Gebroeders Groninger en T. Dusbaba actief. De Gebroeders Groninger hebben nog in twee verschillende tenten gespeeld, een onder de naam “Sport Arena” en een onder de naam “Sport Palace”. Toen al deze ondernemingen met de exploitatie waren gestopt leek het definitief afgelopen te zijn met de bokstent, maar toch kwamen er na verloop van tijd weer nieuwe exploitanten zodat er ook nog in de zeventiger jaren tachtiger jaren gebokst, geworsteld kon worden. Enkele bekende namen uit die tijd waren Martinus van Mullem en Bernardus Walter. Zij hebben er nog jaren voor gevochten om dit kijkwerk voor de Nederlandse kermis te behouden. Helaas heeft dit niet mogen lukken. |
||||||||||||||||||
|
De ‘Sport Arena’ van de Gebroeders Groninger. |
||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||
|
‘Internationaal Sportpaleis’ van T. Dusbaba. |
||||||||||||||||||
|
|
>Mijn mooiste herinneringen bewaar ik aan het fenomeen van de Bokstent. Lang voordat ik hoorde dat Rocky Marciano een van de beste zwaargewichten van de geschiedenis is, kende ik een kermis bokser, die dezelfde naam in een halvemaanvormig boogje op zijn shirt droeg. Een woest, besnord uitziend zigeuner type. Als de baas zijn naam afriep, sprong hij onstuimig achter het rafelig gordijn vandaan. Al slippend en schaduwboksend liet hij zijn biceps bewonderen door verblekende kantoorbedienden, terwijl hij een blazend neusgeluid (‘oef oef’) maakte. Met hoeveel overgave Rocky zijn demonstratie ook verzorgde, hij zag altijd wel kans om de blondines onder het voetvolk te verblijden met een geile knipoog. De grootste attractie was evenwel iemand die zich een zeer simplistisch pseudoniem had aangemeten, ene Johnson. Een onvervalst Mokums pratende, roodharige vechtmachine, eeuwig gehuld in een minuscuul blauw slipje, waarmee hij de blits trachtte te maken bij de vrouwtjes, die dat in die jaren nog niet mooi mochten vinden. Hij droeg tevens een veel te nauw T-shirt, zodat zijn spierbundels zowat uit het katoen puilden. Johnson kon alles: Catch, Grieks-Romeins, Boksen. In de rol van de onverbeterlijke schoft die eerbiedwaardige burgers met striemende nekslagen tussen de touwen door sloeg, oogstte hij alom respect en afschuw. DAGDROMEN ONTNUCHTERING H. van Oers |
|
|
|