logo009

ALBERTS FRÈRES

SPREKENDE BIOSCOPE

Wie had ooit kunnen denken dat twee bijna afgestudeerde broers die allebei min of meer hun toekomst al hadden uitgestippeld, door een bezoek aan een tentoonstelling weer op de kermis terecht zouden komen?

Dat overkwam de Gebroeders Albert en Willy Mullens nadat zij in 1898 samen met hun moeder een bezoek hadden gebracht aan de Wereldtentoonstelling in de lichtstad Parijs. De familie Mullens had al wel een kermisverleden. Vader Albert Mullens (1847 - 1890) reisde met het legendarische Cagliostro - Theater, een Kijkwerk waar hoofdzakelijk mysterieuze en quasi wetenschappelijke acts vertoond werden. Lange tijd werd dit gedaan in combinatie met E. Basch. Toen vader Albert Mullens overleed nam zijn weduwe het theater over en reisde onder de benaming ‘Koninklijk Cagliostro Theater Alber & Basch’.

Bios1

GOED IDEE
De twee zonen Albert en Willy ambieerden echter geen leven als kermisexploitant. Albert bezocht op dat moment het seminarium’ De IJpelaar’ bij Breda en zou op korte termijn het priesterambt aanvaarden. Willy zat op een internaat ergens in Luxemburg en zou weldra een positie in de wijnhandel krijgen. Voor de Gebroeders Mullens was de reis naar de Grande Exposition Internationale min of meer een plezierreisje om hen eens kennis te laten maken met de laatste moderne vindingen. Toen zij later huiswaarts keerden, herinnerden zij zich van de hele Wereldtentoonstelling echter nog maar één onbeduidend paviljoentje, dat gewijd was aan een totaal nieuwe techniek van de cinematografie. Hierin vertoonden de Gebroeders Pathé enkele filmpjes die gemaakt waren door weer twee andere broers, de Lumières uit Lyon. Albert en Willy Mullens spraken vanaf dat moment over niets anders meer dan de cinematografische beelden uit Parijs en beiden zagen dat er in deze nieuwe techniek enorme toekomstmogelijkheden schuilden. Ze wisten hun moeder over te halen terug te keren naar Parijs en zochten contact met de Gebroeders Pathé. Daar deden ze verwoedde pogingen om enige films te kopen, maar het zat ze niet mee. De Gebroeders Pathé waren zichtbaar verbaasd over het voorstel van de twee jonge ondernemende Nederlanders, maar voelden er toch weinig voor om op hun vraag in te gaan, omdat zij dachten hun monopoliepositie niet te kunnen handhaven. Albert en Willy Mullens gaven niet zo snel op, want toen het in Parijs niet wilde lukken reisden zij door naar Lyon, waar ze met de Gebroeders Lumière zelf gingen onderhandelen.

GRIEKSE ‘FILM’ TEMPEL
Kort daarna werd besloten om met de filmapparatuur op reis te gaan om heel Nederland van deze uitvinding te laten genieten. Er werd een bioscooptent gebouwd met plaats voor achthonderd personen. Het front kwam aan de korte kant van de tent en had de vorm van een driehoek. Het werd gedragen door vier kolommen en leek daardoor veel op een Griekse tempel. De controle werd gevormd door spiegeldeuren. Links stond dan de zware locomobiel, met afzonderlijk op een klein vierwielig wagentje, de staande dynamo. Rechts was er plaats ingeruimd voor het orgel. In eerste instantie deed men het met een klein cilinderorgeltje, dat later werd geruild voor een groot boekorgel. Aan de onderkant van het front stond in blauwe lichtgevende letters: ’Sprekende Bioscope’ en bovenop aan de linkerzijde het woord ‘Alberts’ en aan de rechterzijde het woord ‘Frères’. Later kwamen het orgel en de locomobiel te vervallen en werden de spiegeldeuren in de controle uitgebreid. Er kwam toen een Nederlandse vlag op het front en werd de tekst toegevoegd ‘De Koningen der Bioscopen’.

Bios3

Het Bioscooptheater van de gebroeders Mullens.

CONCURENTIE
Er waren inmiddels ook al andere exploitanten met een Bioscoop op reis, zoals Slieker, Fey en Grünkorn, dus haast was geboden. De Gebroeders Mullens planden hun eerste bioscoopvoorstelling in Zaltbommel, maar toen alle films door een brand werden vernietigd stond men met lege handen en moest er een reis naar Frankrijk gemaakt worden om nieuwe films te kopen.

Het bleef gelukkig bij die ene tegenslag en al vrij snel kon de geplande tournee toch doorgang vinden. Willy Mullens was in zijn eigen Bioscoop de explicateur en wist door zijn vlotte en beschaafde optreden het publiek altijd te boeien. Het bioscoopbedrijf van Alberts Frères bleef niet beperkt tot voorstellingen op de kermis, want men ging op een gegeven moment ook zelf films maken. Het ging zelfs zo ver dat men altijd een laboratorium meevoerde om de zelfgemaakte films te ontwikkelen. Het zelf maken van films is eigenlijk uit nood geboren, nadat bleek dat op de kleinere plaatsen het vaak ontzettend moeilijk was om publiek te trekken, ook nadat er duidelijk was gemaakt, dat de getoonde beelden niet in strijd waren met de goede zeden. De Gebroeders Mullens gingen daarom in de betreffende plaatsen filmen, onder andere bij het uitgaan van de kerk en als de inwoners zich dan later op het bioscoopscherm terugzagen waren ze laaiend enthousiast. Mond op mond reclame was dan meestal genoeg om ook de rest van de familie of kennissenkring in de Bioscoop te krijgen. Zo trokken de Gebroeders Mullens jarenlang van plaats naar plaats. Als ze dan ergens voor de tweede maal op de kermis stonden bleken de mensen nog precies te weten welke films ze de vorige keer allemaal gezien hadden, wat echter geen afbreuk deed aan het bioscoopbezoek. Ook in de wintermaanden was men met de filmapparatuur op pad. Zo hebben ze onder andere van 1905 tot 1912 voorstellingen gegeven in de Kunstkring aan de Herengracht in Den Haag, waar ze een begrip werden in het uitgaansleven.

Bios7

VASTE BIOSCOOP
De Gebroeders Mullens hebben tot ongeveer 1914 met hun bioscooptent op de kermis gereisd. Toen de tijd van de Reisbioscopen voorbij was en er steeds meer vaste bioscopen kwamen besloten ook zij te stoppen. Willy begon in Den Haag de Residentie Bioscoop Diligentia, terwijl Albert enige tijd later in Amsterdam het Grand Theater startte. Willy had inmiddels in 1914 het bedrijf Haghefilm opgericht, waar men films ontwikkelde voor eigen gebruik, maar ook van buitenaf. Wat er met de bioscooptent gebeurde is niet bekend. Wel zijn twee spiegeldeuren terecht gekomen in de controle van de Stoomcarrousel van L. van Bergen en de lichtkronen in de koffiekamer van het Grand Theater te Amsterdam.

Reclame- of Ansichtkaart van de Bioscoop.

Bios4

Willy Mullens.

Bios8a
Bios9a

Één van de pakwagens van de Bioscoop uit de collectie van A.A. van de Velde en H.J. Wassenaar.^

Ook deze wagen uit de collectie van A.A. van de Velde en H.J. Wassenaar hoorde bij de Bioscoop en werd mogelijk gebruikt voor het maken van reclame.

H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl