logo009

VÉLOCIPÈDE en VÉLODRÔME

HOGE FIETSEN

De technische ontwikkeling in de negentiende eeuw had ook een grote invloed op het kermisbedrijf. Iedere exploitant wilde altijd graag de concurrentie voorblijven en een zaak exploiteren waarmee hij de enige was.

Veel nieuwe uitvindingen waren doorgaans al op de kermis te zien voordat het grote publiek er mee bekend raakte. Zo ook de fiets, of zoals ze dat in de beginperiode noemde: ‘Vélocipè’. Met de allereerste fietsen kon men op de kermis nog niet zo veel. Dat waren meestal loopfietsen, die vaak ook nog onbestuurbaar waren. Dit sprak de mensen nog niet zo aan, maar toen de fietsen eenmaal voortbewogen werden door middel van trappers, werd men enthousiaster. Ook sommige kermisexploitanten zagen wel iets in dit nieuwe vervoermiddel. Zij construeerden een eenvoudige draaizaak met fietsen en lieten het publiek zelf zorgen voor de aandrijving. Omdat in die tijd nog bijna niemand een fiets had en nieuwe uitvindingen natuurlijk altijd uitgeprobeerd moeten worden, werden deze eerste ‘Vélocipède - Carrousels’ gelijk een groot succes. Na verloop van tijd kwamen er steeds meer van dergelijke carrousels en als de concurrentie groter wordt gaat men zoeken naar mogelijkheden om zich van een ander te onderscheiden. Al snel werden deze draaiwerken in een tent geplaatst, om in ieder geval altijd droog te kunnen fietsen. Later ging men nog verder en werd het draaiwerk in een gesloten tent geplaatst, kompleet met gebeeldhouwd front, draaiorgel of orkestje. Mogelijk was hier zelfs, net als bij de Hypodrôme een buffet aanwezig. Van al die eerste kleine molens is niets meer bekend, maar toen meerdere exploitanten ook landelijk gingen reizen en deze hun komst van te voren aan wilden kondigen, werden er ook steeds meer advertenties geplaatst in de regionale dagbladen.

Velo1a
Velo5a

DE EERSTE FIETS - EXPLOITANTEN
De eerste bekende exploitanten met een ‘Vélocipède - Carrousel’ waren onder andere C. Louwerse uit Middelburg, Reinhard & Kaiser, K. Benner, C. Bouman, J. Huiskens, D. Slieker en de Weduwe L. Xhaflaire. Later volgden nog J.A. van Bergen, C. Gorter, J. Wolfs en J. Dobbelaere. Er waren inmiddels Fietsmolens waar men niet zelf meer hoefde te zorgen, men mocht meetrappen, maar een stoommachine zorgde voor de aandrijving. Om de capaciteit te vergroten waren er inmiddels zaken met een dubbele rij fietsen. De tenten werden steeds luxer ingericht, met veel pluche en beeldhouwwerk en het publiek kreeg toen al een voorproefje van het interieur van de latere Stoomcarrousel.

Het is echter diezelfde Stoomcarrousel die aan het einde van de negentiende eeuw dermate aan populariteit wint, dat de belangstelling voor deze Fietsmolens snel minder wordt. Veel mensen zijn inmiddels al bekend met dit vervoermiddel en hebben zelf een fiets thuis staan. Het gaat zelfs zo ver dat er tussen 1900 en 1920 vrijwel geen Fietsmolens meer op de Nederlandse kermis staan. Een nieuwe poging zou ook geen zin hebben, want een dergelijke grote zaak zou absoluut niet meer rendabel zijn. Er waren nog wel kleinere Fietsmolens, maar deze reisden hoofdzakelijk in België en Frankrijk.

Velo7a
Velo11a

LIMONAIRE
Van oorsprong was de attractie een product van het Engelse bedrijf Frederick Savage uit Kings Lynn. In 1865 gaf Savage de licentierechten voor het continent over aan de firma Limonaire uit Parijs. Zij bouwden in hoofdzaak ‘Vélodrômes’, maar later schakelden zij over op de bouw van draai- en kermisorgels. Enkele van deze ‘Velodrooms’ zouden na verloop van tijd ook in Nederland gaan reizen. Waarschijnlijk waren de meesten tweedehands, maar ze zagen er doorgaans allemaal bijzonder fraai uit. De meeste van de Limonarie ‘Vélodrômes’ hadden een doorsnee van 9 meter, enkele waren wat groter en hadden een doorsnee van 12 meter. Er waren twee soorten molens, de ene werd aangedreven door een rubberrol en de ander door tandwielen.

FRANZ DIETE
Voordat deze molens hier gingen reizen was er op fietsgebied nog een andere zaak op reis namelijk ‘Het Amusante Rijwiel Vélodrom’ van Frans Diete uit Deventer. Deze impresario exploiteerde een tent van tweeëntwintig bij vierentwintig meter waarin mensen op diverse soorten fietsen konden rondrijden. Het waren hoofdzakelijk vreemd gevormde fietsen, maar het was dan ook de bedoeling, dat er gelachen werd. Naar alle waarschijnlijkheid reisde deze attractie slechts een jaar en dat was in 1923.’

Velo14a

Vélodrôme vermoedelijk afkomstig uit Frankrijk.

Het Amusante Rijwiel Vélodrom’ was toen onder andere te zien op de Tilburgse kermis en op de toondagen in Goes. Diete exploiteerde dat jaar ook nog ‘De Vliegende Stoomfiets’, een zaak van veertien bij acht meter, maar van deze zaak is verder niets bekend.

Reclame - affiche F. Diete.

J.J. van DAM en van P.J.van HOUT - HOEFNAGELS
Weer terug bij de ‘Vélodrôme’ zien we omstreeks 1930 J.J. (Ome Co) van Dam uit Amsterdam met een bijzondere ‘Vélodrôme’ op de kermis. Deze week qua aandrijving enigszins af van de eerdere, maar ook van de latere exemplaren. Hier stond namelijk een vrij grote auto tussen de fietsen op de ring. In deze auto zat de motor voor de aandrijving voor de molen. De stroomkabel liep via een stang, achterin de auto naar boven, over de rondschotten naar het orgel in het midden van de zaak. Uiteraard kon het publiek hier ook meefietsen.

Ome Co weet nog:
>Die molen van mij was er zo één met van die grote zware fietsen. En er zat nog een pop in, die een prop in zijn mond kreeg. Als je die er uit wist te krijgen, door hard te fietsen, dan mocht je een keer gratis draaien. Dat kostte veel inspanning, want als ‘s-avonds de ouderen er in kwamen, dan moesten we die prop of te wel ‘de sigaar’ een extra harde tik geven, anders was er niets aan<.

De ‘Vélodrôme’ van J.J. van Dam, die toen nog per schip reisde, had een mooie gebeeldhouwde buitenrand en een prachtig spelend 67 toets Carl Frei orgel. Als van Dam later de Draaimolen van Kees Stuij koopt, haalt hij de mooie spiegelschotten uit de ‘Vélodrôme’ en plaatst deze in de Draaimolen. De rest van de molen wordt verkocht aan P.J. (Sjang) van Hout - Hoefnagels uit Helmond. Deze heeft er echter maar kort mee gereisd en bied deze zaak in 1949 weer te koop aan. Het schijnt dat de molen niet meer is verkocht, maar later gesloopt en voor oud ijzer is verkocht.

F. HOMMERSON en P.J. ROELS - PEETERS
Ook Frans Hommerson - Peeters uit Bergen op Zoom reisde al in de twintiger jaren met een Fietsmolen. Maar toen Frans Hommerson een Duitse Onderzeebootbaan van Wöllenschlager overnam, kwam de exploitatie van de Fietsmolen stil te liggen en werd deze opgeslagen in het pakhuis. Toen enige jaren later de Onderzeebootbaan aan de vorige eigenaar werd terugverkocht werd de Fietsmolen weer voor de dag gehaald en de exploitatie voortgezet. Hommerson bouwde zelf autootjes, die om de ring met fietsen liepen. Hiermee werd de capaciteit van de attractie aanzienlijk verhoogd en werd deze meer toegankelijk voor een bredere leeftijdsgroep. Het orgel in de Fietsmolen was een instrument met gebruiksaanwijzing. Deze 56 toets Limonaire had nogal wat aandacht nodig. Frans Hommerson zat vaak zelf in de orgelkast te prutsen om het instrument aan de praat te houden en meestal lukte hem dat ook. Hommerson verkocht de molen later aan zijn zwager Piet J. Roels - Peeters die inmiddels was gestopt met de exploitatie van zijn Stoomcarrousel. Deze heeft er nog tot ongeveer halverwege de vijftiger jaren mee gereisd. Waar de molen daarna is gebleven is niet bekend. Het Limonaire orgel verkocht hij aan een zekere Verhage uit Alkmaar.

Velo16a

F. Hommerson - Peeters.

Velo18a
Velo20a
17a

P.J. Roels - Peeters.

ED RODRIQUES, WERRENS en JAAP STUIJ
In 1920 bestelde Ed Rodriques uit Gent een ‘Vélodrôme’ bij Limonaire. In de trappers van de fietsen was de naam ‘Limonaire - Paris’ ingegoten.
Aan de voorzijde van de fietsen stonden de initiale ‘ER’, wat er op duidde dat Ed Rodriques deze molen bij Limonaire bestelde. In 1925 en 1927 zien we Rodriques op de Groningse kermis.
Later verkoopt hij de zaak aan Mevr. Werrens uit Oosterhout. Werrens bezat ook enkele Danssalons. In deze Fietsmolen stond een Wellershaus cilinderorgel dat door Werrens zelf tot boekorgel werd omgebouwd. De zaak ging in 1950 over naar schoonzoon Jaap Stuij die de hele molen prachtig opknapte en voorzag van, naast de hoge fietsen, originele Austin kinderautootjes. In 1975 was hij nog de enige, die nog met een dergelijke molen reisde. Zijn molen heeft spiegels in de stijlen, buitenrand en in de coulissen, terwijl het bijzondere is, dat er in plaats van tandwiel - aandrijving een rubberrol - aandrijving is. Deze aandrijving was aan de binnenzijde van de hoge fietsen bevestigd en veroorzaakte aanmerkelijk minder lawaai dan de aandrijving met de tandwielen.
Verder plaatste hij een andere Wellershaus in de molen, de Bogenkast, welke hij overnam van Louis van Deventer uit Brummen. Stuij heeft vrij lang met deze Fietsmolen gereisd. Op een bepaald moment ging de molen van Jaap over naar zijn zoon Johan, die de molen enige jaren exploiteerde in een speeltuin te Woudenberg. Toen de speeltuin in Woudenberg verkocht werd, bleek de koper over te weinig geld te beschikken en nam de bank het bedrijf over. Daarna verschijnt de molen nog in Oud – Valkeveen, maar vanaf 1978 heeft de molen, voor korte tijd echter, in de Efteling gedraaid, maar ging daar al vrij snel in de opslag bij Paashuis. Later werd de Fietsmolen verkocht aan Karel Eckelboom en het leek er even op dat deze attractie weer terug op de kermis zou komen. Toen bleek dat er niet mee gereisd mocht worden is de molen door Eckelboom verkocht. Er zijn in de loop der tijd nog wel enige andere exploitanten geweest die met een Fietsmolen hebben gereisd.

Velo25a

F. SCHULTE, A. HINZEN en Arie ELSINGA
Zo had je onder andere nog F. Schulte uit Roermond die reisde in de twintiger jaren. In 1935 reisde A. Hinzen met een molen en later ook Arie Elsinga - Arjaans. Zij reisden alle drie die met een Franse molen. De molen van Arie Elsinga was net als die van Rodriques zonder rand en zonder kleine autootjes. Elsinga was met zijn molen in de eerste oorlogsjaren en de jaren na de oorlog een graag gezien gast in Hoogezand en Groningen. In 1947 heeft Elsinga waarschijnlijk genoeg van zijn fietsmolen, want hij wil hem ruilen, met bijbetaling, voor een grotere vermaakzaak. Ook van deze zaken is helaas niets meer over.

H. van Oers

Velo24

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl