|
VLOOIEN TEMMERS De dressuur van vlooien heeft echter een lange geschiedenis achter de rug. Al in de zestiende eeuw ontdekte de Engelsman Marc Scalliot de springkracht van de vlo en bedacht dat je deze dieren tot een prima circusdier zou kunnen maken. Als je het insect kon beletten zijn sprongen uit te voeren, dan zou je deze spierkracht kunnen gebruiken voor andere doeleinden. Na veel experimenteren bereikte Scalliot zijn doel, door mensenvlooien met een zilveren tuigje te harnassen. De lichaamskracht van de vlo bleek toen groot genoeg om wagentjes van edelmetaal en diverse andere attributen voort te trekken. Wat Scalliot bereikt had als pionier ontwikkelde de Italiaan Bertoletto ruim twee eeuwen later tot een absoluut hoogtepunt. Volslagen bij toeval had Bertoletto gemerkt hoe een paar vlooien na lange gevangenschap in een pillendoosje, het springen verleerd waren. De toepassing van deze ontdekking was het geheim van Bertoletto’s dressuur. Hij zette daarop pas gevangen vlooien in een zilveren tredmolentje met glazen wanden. Deze vlooien probeerden natuurlijk meteen te springen om het vege lijf te redden en omdat ze de glazen wand niet zagen dachten ze dat ze ruimte hadden. Na een dag of tien gaf zo’n vlo het op en kreeg dan onmiddellijk een tuigje om. Dat tuigje werd niet gelijmd, want daarvoor is het chitinepantser van de vlo te glad, maar zoals een paardentuig aangegord. Volgens latere vlooientemmers was dit aangorden nog altijd de meesterproef van het vak. Bertoletto had succes met zijn manier van dressuur, zijn vlooien konden werkelijk alles en werden al snel een bezienswaardigheid in de amusementswereld.
|