logo009

VLOOIEN THEATER

De tijden van het ‘Vlooientheater’ op de kermis lijken voorgoed voorbij. De hedendaagse hygiëne heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat de ‘pulex irritans’ zo goed als uitgeroeid is en zijn bestaansrecht is ontnomen.

VLOOIEN TEMMERS
De dressuur van vlooien heeft echter een lange geschiedenis achter de rug. Al in de zestiende eeuw ontdekte de Engelsman Marc Scalliot de springkracht van de vlo en bedacht dat je deze dieren tot een prima circusdier zou kunnen maken. Als je het insect kon beletten zijn sprongen uit te voeren, dan zou je deze spierkracht kunnen gebruiken voor andere doeleinden. Na veel experimenteren bereikte Scalliot zijn doel, door mensenvlooien met een zilveren tuigje te harnassen. De lichaamskracht van de vlo bleek toen groot genoeg om wagentjes van edelmetaal en diverse andere attributen voort te trekken. Wat Scalliot bereikt had als pionier ontwikkelde de Italiaan Bertoletto ruim twee eeuwen later tot een absoluut hoogtepunt. Volslagen bij toeval had Bertoletto gemerkt hoe een paar vlooien na lange gevangenschap in een pillendoosje, het springen verleerd waren. De toepassing van deze ontdekking was het geheim van Bertoletto’s dressuur. Hij zette daarop pas gevangen vlooien in een zilveren tredmolentje met glazen wanden. Deze vlooien probeerden natuurlijk meteen te springen om het vege lijf te redden en omdat ze de glazen wand niet zagen dachten ze dat ze ruimte hadden. Na een dag of tien gaf zo’n vlo het op en kreeg dan onmiddellijk een tuigje om. Dat tuigje werd niet gelijmd, want daarvoor is het chitinepantser van de vlo te glad, maar zoals een paardentuig aangegord. Volgens latere vlooientemmers was dit aangorden nog altijd de meesterproef van het vak. Bertoletto had succes met zijn manier van dressuur, zijn vlooien konden werkelijk alles en werden al snel een bezienswaardigheid in de amusementswereld.

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat deze dressuur uiteindelijk ook op de kermis te zien zou zijn.

Vlooientheater van Vermeulen te Tilburg in 1928a

Vlooientheater van Vermeulen te Tilburg in 1928.

VLOOIEN OP DE KERMIS

VL2a

Kermis te Leeuwarden in 1879.

Kermis te Gorinchem in 1878.

Zelfs Bertolotto ging voorstellingen op de kermissen geven en bezocht onder andere in 1841 en 1842 ook de Amsterdamse kermis. Na verloop van tijd gingen meer mensen zich bekwamen in de vlooiendressuur, maar op de Nederlandse

VL1a

kermis zou het nog wel enige tijd duren voordat het publiek een reizend ’Vlooientheater’ kon bezoeken. Pas na 1860 begonnen de eerste theaters aan een tournee door Nederland. Enkele namen uit die tijd waren onder andere H. Logger, W. Norents en C. Spork.

Laatst genoemde reisde ook met een Panopticum en Oefeningspelen. Niet duidelijk is of het hier om Nederlandse exploitanten ging.

VL14a VL16a

NEDERLANDSE VLOOIENTHEATERS
In de periode 1920 - 1930 reisde de familie Vermeulen met een ‘Vlooientheater’. Zij bezochten ook kermissen in België. Korte tijd later kwam ook
J. Dillen - Vermeulen met een dergelijk zaak. Dillen was een boerenzoon afkomstig uit Kampen die op zijn zestiende het geluk zocht op de kermis. Hij trad ondermeer op als explicateur bij een Panopticum, werkte als marktkoopman en reisde zelfstandig met een Weegstoel. Uiteindelijk bekwaamde hij zich in de vlooiendressuur en startte een eigen theater. Toen J. Dillen in 1943 op achtenveertig jarige leeftijd overleed, nam zijn toen zestien jaar oude zoon Henry het theater over. Naast Dillen reisde toen ook de familie Selbach met een ‘Vlooientheater’. Selbach had de kunst weer geleerd bij vader Dillen, maar werd later zijn concurrent. M. Brouwers uit Tilburg leerde op zijn beurt weer het vak bij Selbach en ook hij ging met een eigen theater op reis, later bijgestaan door Neeltje van Proosdij uit Den Bosch die na verloop van tijd de meeste voorstellingen voor haar rekening nam.

5 Het Vlooientheater tijdens de voorstellinga

Het Vlooientheater tijdens de voorstelling.

VL12a

Vlooientheater van H. Dillen - Lensen tijdens de voorstelling.

VLOOIEN VERDWENEN
Het lag voor de hand dat de ‘Vlooientheaters’ van het kermistoneel zouden verdwijnen. De vlooien lagen niet meer voor het oprapen en de meeste exploitanten hadden vroeger al een bordje in hun tent hangen met de tekst: “vlooien te koop gevraagd”. In het begin waren de leveranciers met een paar cent al tevreden, maar later zouden de prijzen oplopen tot vijftien gulden per stuk of zelfs hoger. Ondanks de hoge prijzen werd het aanbod, zeker na 1950, steeds kleiner. Ondanks alles heeft Henry Dillen het nog tot 1975 volgehouden. Na zijn ‘Vlooientheater ging Dillen over op het grootvermaak en reisde nog jaren met het Spookhuis Fantomas.

VL15

H. van Oers.

Reclame - affiche H. Dillen - Lensen.

VL7a

Gedicht uit de Helderse Courant van 8 juli 1930.

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl