logo009

VOGELPIEK

HET VERBODEN SPEL

Toen begin vorige eeuw het aantal oefening- en behendigheidspelen begon toe te nemen kwamen na loop van tijd diverse exploitanten in aanvaring met de uit 1905 daterende loterijwet. Zo werd het zogenaamde rad van avontuur al bij voorbaat verboden en ook menig ander spel moest op last van justitie gestopt worden.

DE LOTERIJWET
Dat het hier vaak ging om een behendigheidspel deed niet ter zake. Door deze loterijwet moesten diverse exploitanten dan ook al snel uitkijken naar een andere zaak. Ook het kermispubliek was hier natuurlijk niet blij mee, want de prijzen die toen te winnen waren logen er niet om. Toch hield niet elke gemeente zich aan deze loterijwet en zij maakten dat in hun verpachting - advertentie al min of meer bekend. Een gemeente die zich wel strikt aan de loterijwet hield deelde dit in de verpachting - advertentie mee en gaven aan dat zogenaamde hazardspelen niet werden toegelaten. Later werden meestal de spelen met naam genoemd en dan ging het hoofdzakelijk om het Rad van Avontuur, Vogelpiek, Stedencomplex, Lichtsport of Brievenspel.

Uit oude verpachting - advertenties blijkt dat in Noord Brabant en Limburg de loterijwet uit 1905 het langste werd gehanteerd. Maar het duurde nog tot omstreeks 1967 voordat alle oefeningspelen en loterijzaken op alle kermissen werden toegelaten.

ACHTERVOLGD DOOR JUSTITIE
De ‘Vogelpiek’ kwam in de loop der jaren wel het meest in opspraak en regelmatig greep justitie in om deze zaak van de kermis te weren. Uiteraard waren de exploitanten hier niet zo blij mee, maar ook het publiek protesteerde, want de ‘Vogelpiek’ was destijds erg populair vanwege de grootse prijzen etalage. De ‘Vogelpiek’ was min of meer de voorloper van het latere Kleurenspel. Het ging hier om een ronde draaibare schijf met daarop 576 nummers. Aan het publiek werden 72 kaarten verkocht waarop acht nummers stonden. Een vrijwilliger uit het publiek wierp dan met een puntig voorwerp, de zogenaamde ‘Vogelpiek’, op de draaiende schijf. Het nummer, waarin de ‘Vogelpiek’ dan bleef steken, gaf recht op een prijs. Meestal gaven verschillende nummers recht op een prijs, zodat er meerdere malen gegooid moest worden.

VoP3

Grote belangstelling voor de ‘Vogelpiek’ van de Voer in de veertiger jaren.

VIJF GULDEN BOETE
Door de vaak strakke handhaving van de loterijwet werden exploitanten van een ‘Vogelpiek’ regelmatig geverbaliseerd, omdat dit spel geen echt behendigheidsspel zou zijn en dus in strijd met de loterijwet. Zo stond in 1937 een kermisexploitant uit Den Bosch terecht voor het exploiteren van een ‘Vogelpiek’. De kantonrechter te Zevenbergen sprak de man vrij, maar de ambtenaar van het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep, zodat de zaak nogmaals in behandeling kwam. De officier van justitie in Breda eiste een veroordeling en vroeg een boete van vijf gulden of vijf dagen hechtenis. De exploitant kreeg uiteindelijk vrijspraak. Een ander geval deed zich twee jaar later voor tijdens de kermis in Utrecht. Een inspecteur van politie, die fungeerde als kermisinspecteur had zich al een week lang verdiept in de praktijk en theorie van de ‘Vogelpiek’.

Hem was gebleken dat er net zo lang werd doorgegooid, tot alle prijzen gewonnen waren, terwijl er gelijk weer kaarten verkocht werden voor een volgende ronde. Volgens de inspecteur was hier absoluut geen sprake van een behendigheidspel. Ook deze exploitant werd geverbaliseerd en voorgeleid aan justitie. Ook de ambtenaar van het Openbaar Ministerie, Mr. de Roemer, vond dat de ‘Vogelpiek’ een gelukspel was en dat er geen sprake was van behendigheid, vooral niet, omdat de schijf met nummers aan het draaien werd gebracht. Datzelfde jaar werd er door de kantonrechter in Heerlen nog een vogelpiek - exploitant veroordeeld, maar door een fout bij de behandeling werd de man in hoger beroep vrijgesproken. Het waren vaak moeilijke en onzekere tijden voor de exploitanten die met een ’Vogelpiek’ of soortgelijke attractie op reis waren.

ONEERLIJKE CONCURENTIE
Het gebeurde ook regelmatig dat een gemeente geen oefeningspelen toeliet die in strijd waren met de loterijwet, maar wel een vergunning verleende aan een plaatselijke vereniging of liefdadigheidsinstelling om een vogelpiek of brievenspel te exploiteren. Hier werd destijds dus met twee maten gemeten. Leuk voor betreffende vereniging of liefdadigheidsinstelling, maar de exploitant stond brodeloos stil.

VoP4a VoP5a

‘Vogelpiek’ van een liefdadigheidsinstelling op de Tilburgse kermis.

Één van de bekendste exploitanten was wel Oome Jaap Wanningen, via advertenties in 1933 kondigde hij zijn komst op de diverse kermissen al aan met de tekst:

MOORD EN BRAND ROEPEN DE MENSCHEN ALS ZE OOME JAAP ZIEN MET ZIJN WERPTENT ‘VOGELPIEK’.

H. van Oers

Vogelpiek advertenties ‘Oome Jaap’.

VOGELPIEK ADVERT2.
VOGELPIEK ADVERT1.

Inschrijving met ‘Vogelpiek’ van de C. van de Wijngaard - Robbe uit Breda in 1938.

VoP2

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl