|
Het ‘Volleybalspel’ was een individueel oefeningspel. Bij dit spel stonden negen automatenkasten opgesteld in een rechte tent. Door met de vuist op een wip te slaan, sloeg men een bal in de hoogte. Deze bal werd opgevangen in horizontale ringen, welke allemaal genummerd waren. Winnaar was degene die met de drie beschikbare ballen meer dan 600 (voldoende) punten behaalde. Dit spel had oorspronkelijk een andere naam. In eerste instantie heette het ‘Spring Ball’, maar aan het einde van de vijftiger jaren veranderde dit in ‘Volleybalspel’. Enkele exploitanten die met dit spel reisde waren A. Brantenaar uit Apeldoorn en F. Dauphin uit Heerlen.
H. van Oers
|