logo009

ZEEDUIVELS

van

CHERRY SELBACH

Ch. Selbach was een man van en voor het kijkwerk. Zijn optredens als boniseur zijn legendarisch en bij elke parade hing het publiek aan zijn lippen. Toch heeft Selbach ooit ook nog eens een stil kijkwerk geëxploiteerd.

Zo kwam hij in 1961 met de ’Zeeduivels’. Dit alles werd gebracht in de tent van een voormalige Onderwatershow en in het waterbassin waar eerder de parelduiksters hun kunsten vertoonden zwommen nu enkele levensgrote meervallen. Helaas schijnen deze meervallen het kermisseizoen niet overleefd te hebben. Maar wat moet je dan met nog de nodige kermissen in het vooruitzicht. Selbach bedacht een oplossing en exploiteerde dit kijkwerk verder zoals alleen Cherry Selbach dat kan. De clou zullen we u niet verklappen, maar een verslaggever van het dagblad De Stem bezocht de show tijdens de grote najaarskermis in Breda en deed zijn verslag in een uitgebreid krantenartikel.

OOG IN OOG MET HET MONSTER

ZeeD1a

De Diepzee Show met de Zeeduivels van Ch. Selbach

De laatste kermis van het jaar vindt degene die op manifestaties van deze soort gesteld is in Breda. Het is een zogenaamde koude kermis, in verband met het jaargetijde. Maar toch kan zo’n koude kermis hartverwarmend zijn. U moet namelijk weten, dat ik de laatste romanticus van West Europa ben en dat mij derhalve al jarenlang kwelt dat de kermis de kermis niet meer is. O, ik vind al die glinsterende machines waarin men tegen betaling van een kwartje de sensatie kan ondergaan die men geheel gratis krijgt bij een val van de trap, heel aardig. Maar zij zijn de kermis niet. Kermis dat is het simpele, het bijna vanzelfsprekende. De kermisattracties bestaan voor mij uit de waarzegster, het rad van avontuur, de kop van Jut, de koekhaktent en…. het monster. Voor mij part mag dit monster bestaan uit een schaap met vijf poten, een dikke dame, een ingezetene van Kenya, het doet er niet toe, als het maar iets is dat buitenissig genoemd kan worden. En zoiets buitenissigs had de Bredase kermis te bieden. Ik ben er speciaal voor naar toe gegaan om het te zien. Er was namelijk een diepzeemonster. De tent met dit monster stond precies voor een apotheek, hetgeen meer dan een toeval mag heten. De apotheek zal namelijk wel het sterk water voor het diepzeemonster hebben geleverd. De tent had moerassige kleuren en zij was versierd met draken en zeemeerminnen. In een glazen hokje zat de exploitant. Een stoere varensgezel met een kraakhelder wit kostuum.

“Aha, dit was de beroemde kapitein Karr, wiens naam ook bovenaan de tent stond. Links van zijn glazen kooi stond een bord met de woorden “Diepzeemonster, was reeds in Engeland en de U.S.A” en rechts een dergelijk bord met het opschrift “Nu nog in leven. Weldra moet hij sterven”. Kapitein Karr riep intussen: “Deze monster heb door mai persoonlijk kevangen in die Middellandse Meer onder die Dalmatische kust! Komt zien dat monster! Vannacht heb hai sterk beweegt. Thans is hai weer wat rustiker. Oppassen jongeman, kom doch nicht met die hand aan het monster! Opeens kan hai een uitskieter maken en dan is jouw hand eraf!!
Kapitein Karr behield bij het uitroepen van deze alarmerende kreten zijn koelbloedige gelaatsuitdrukking. Ik kon het natuurlijk niet laten. Voor een kwartje verschafte ik mij toegang tot het monster. Het bleek een kikker van ongeveer een meter grootte te zijn. Maar dan een bijzonder griezelige kikker, die stil in een bak water lag. Hij had twaalf poten en zijn kop was zo groot als die van een koe. “Beachten sie die verschrikkelijke augen van dat monster”, riep kapitein Karr vanuit zijn hokje. “Hai verbruikt een menge zuurstof. Daarvoor zie u al die belletjes in dat water!” Inderdaad, in de buurt van de vormeloze hals van het monster zag ik forse luchtbellen omhoog stijgen. Het monster zelf lag echter doodstil. Maar het was bijzonder gevaarlijk. Niets voor niets hing er boven het bassin een bord met het opschrift: “Blijf met die handen van de bazin”. Kennelijk had kapitein Karr eigenhandig deze waarschuwing op het bord geschilderd. Enkele minuten lang keek ik het monster aandachtig aan. Het bewoog zich in het geheel niet. Vuilgrijs van kleur lag het te dromen van de Dalmatische wateren of misschien dacht het ook wel aan die dag dat de moedige kapitein Karr het uit de diepzee ophaalde. Dezelfde dag als die waarop kapitein Karr besloot niet langer gezagvoerder op een schip te blijven, doch exploitant te worden op een kermisattractie.

Er kwamen twee jongens binnen. Gymnasten zo te zien. Zij fixeerden het monster een minuut lang, keken een beetje schuchter naar mij, alsof zij dachten dat ik de dompteur van het diepzeedier was en zeiden toen positief: “Dit is een nep - monster. Die vent heeft het zelf gemaakt van zeemleer of zoiets. Een octopus ziet er heel anders uit dan dit beest! Je reinste bedrog!” Of kapitein Karr dit hoorde weet ik niet, maar het is wel zeker dat hij op overtuigende toon begon te roepen: “Hoe lang zal hai nog leven? Morgen kan hai reeds dood zain!” Maar ach, kapitein Karr’s nobele zeemansborst moest het wel afleggen tegen het meedogenloze rationalisme van de gymnasten. “Je reinste bedrog”, herhaalden zij. Ik trok mij dit persoonlijk aan. “Aai hem dan eens over de rug”, stelde ik voor.

ZeeD3a

De meervallen zouden helaas het seizoen niet overleven.

ZeeD4a

De gymnasten overlegden even. “Zo’n monster komt in hele diepzee niet voor”, zei de een. En de ander constateerde: “Je kunt de naden zien waar de lappen zeemleer aan elkaar zijn genaaid!” “Maar die luchtbellen dan?”, vroeg ik, geschokt door zoveel ongeloof. “Die komen daar uit”, sprak de eerste weer, wijzend op een groene tuinslang, waarvan een stukje onder het bassin zichtbaar was. “En je ziet geen kieuwen bewegen of niks”, vervolgde hij. “Het is een nep - monster, wat ik u zeg!” Het tweetal boog zich gevaarlijk diep over het bassin, dat was afgedekt met grof gaas. Ik constateerde dat dit tweetal de grote prestaties van kapitein Karr bij het vangen en in leven houden van het monster schromelijk onderschatte. “Maar waarom aaien jullie dat monster dan niet?” vroeg ik weer. “Je weet toch beslist dat het een nep - monster is?” Koelbloedig stroopte een van de twee zijn mouwen op, schoof voorzichtig het gazen raam, dat het bassin bedekte wat opzij en stak zijn hand in het water. Op hetzelfde moment ontstond er een reeks machtige luchtbellen ter hoogte van de plaats waar kleine monstertjes, net als stoute kinderen, van hun monsterpa een pak voor je weetwel krijgen. De gymnasten slaakten een gil en deinsden achteruit. Kapitein Karr riep onverstoorbaar: “Morgen kan hai reeds dood zain, thans leeft hai nog!” Het tweetal spoedde zich de tent uit, stellig met de bedoeling rechtdoor naar de leeszaal te gaan teneinde de literatuur over de diepzeemonsters te raadplegen. Ik wandelde opgelucht achter hen aan en zei terloops tegen kapitein Karr, dat zijn monster zojuist twee jongelui aan het schrikken had gemaakt en dat mij dit persoonlijk zeer getroost had. Kapitein Karr glimlachte wijs. “Als men twijfelt aan die monster”, zei hij “dan werk ik even met deze apparaat hier en die mensen schlagen op die vlucht!” En olijk toonde hij mij een klein model fietspomp onder de kassa verborgen. Ontgoocheld ging ik heen, met in mijn oren zijn slogan: ” Morgen kan hai reeds dood zain!”

 H. van Oers

Deze site is het laatst aangevuld/bewerkt op 27 april 2011.

Veel foto’s en afbeeldingen uit de diverse hoofdstukken en meer vind u op http://album.kermishistorie.nl