|
“Aha, dit was de beroemde kapitein Karr, wiens naam ook bovenaan de tent stond. Links van zijn glazen kooi stond een bord met de woorden “Diepzeemonster, was reeds in Engeland en de U.S.A” en rechts een dergelijk bord met het opschrift “Nu nog in leven. Weldra moet hij sterven”. Kapitein Karr riep intussen: “Deze monster heb door mai persoonlijk kevangen in die Middellandse Meer onder die Dalmatische kust! Komt zien dat monster! Vannacht heb hai sterk beweegt. Thans is hai weer wat rustiker. Oppassen jongeman, kom doch nicht met die hand aan het monster! Opeens kan hai een uitskieter maken en dan is jouw hand eraf!! Kapitein Karr behield bij het uitroepen van deze alarmerende kreten zijn koelbloedige gelaatsuitdrukking. Ik kon het natuurlijk niet laten. Voor een kwartje verschafte ik mij toegang tot het monster. Het bleek een kikker van ongeveer een meter grootte te zijn. Maar dan een bijzonder griezelige kikker, die stil in een bak water lag. Hij had twaalf poten en zijn kop was zo groot als die van een koe. “Beachten sie die verschrikkelijke augen van dat monster”, riep kapitein Karr vanuit zijn hokje. “Hai verbruikt een menge zuurstof. Daarvoor zie u al die belletjes in dat water!” Inderdaad, in de buurt van de vormeloze hals van het monster zag ik forse luchtbellen omhoog stijgen. Het monster zelf lag echter doodstil. Maar het was bijzonder gevaarlijk. Niets voor niets hing er boven het bassin een bord met het opschrift: “Blijf met die handen van de bazin”. Kennelijk had kapitein Karr eigenhandig deze waarschuwing op het bord geschilderd. Enkele minuten lang keek ik het monster aandachtig aan. Het bewoog zich in het geheel niet. Vuilgrijs van kleur lag het te dromen van de Dalmatische wateren of misschien dacht het ook wel aan die dag dat de moedige kapitein Karr het uit de diepzee ophaalde. Dezelfde dag als die waarop kapitein Karr besloot niet langer gezagvoerder op een schip te blijven, doch exploitant te worden op een kermisattractie.
Er kwamen twee jongens binnen. Gymnasten zo te zien. Zij fixeerden het monster een minuut lang, keken een beetje schuchter naar mij, alsof zij dachten dat ik de dompteur van het diepzeedier was en zeiden toen positief: “Dit is een nep - monster. Die vent heeft het zelf gemaakt van zeemleer of zoiets. Een octopus ziet er heel anders uit dan dit beest! Je reinste bedrog!” Of kapitein Karr dit hoorde weet ik niet, maar het is wel zeker dat hij op overtuigende toon begon te roepen: “Hoe lang zal hai nog leven? Morgen kan hai reeds dood zain!” Maar ach, kapitein Karr’s nobele zeemansborst moest het wel afleggen tegen het meedogenloze rationalisme van de gymnasten. “Je reinste bedrog”, herhaalden zij. Ik trok mij dit persoonlijk aan. “Aai hem dan eens over de rug”, stelde ik voor.
|