|
ONDERNEMEND PERSOON Jan Visser werd geboren op twaalf februari 1871 te Amsterdam. Reeds op jonge leeftijd was hij erg ondernemend en toen hij veertien jaar oud was huurde Jan Visser voor vijftig cent een handwagen en ging daarmee naar de Haarlemse kermis. Het was hem toen reeds bekend dat daar veel volk kwam en dus iets te verdienen viel. Door de verkoop van goede waar en een nette en vriendelijke bediening deed hij goede zaken. Visser zocht direct naar mogelijkheden om meer kermissen te bezoeken. Hij moest er wel hard voor werken, maar binnen enkele jaren had hij toch een mooie eigen Zuurkraam, die in de loop der jaren met nog twee andere kramen werd uitgebreid. De reisroute was in de beginjaren als volgt: Amsterdam, Bussum, Culemborg, Schiedam, Hilversum, Rotterdam, Delft, Haarlem, Gouda, Laren, Weesp, Den Helder, Voorschoten en Valkenburg bij Leiden. Ook hier werd in vrij korte tijd een goede klantenkring opgebouwd. Wel jammer was dat in de loop der tijd verschillende kermissen werden afgeschaft, zodat de route veranderd moest worden. Al vrij snel kreeg Jan Visser een compagnon in de persoon van Henk J. de Wolf, die op achttien jarige leeftijd samen met Ome Jan in Laren zijn eerste kermis maakte. Nadat Henk met Marie Lahnstein trouwde kwam ook zij in de zaak.
ANDERE ACTIVITEITEN Jan Visser ging zich tussentijds ook met andere dingen bezighouden. Zo bracht hij van 1919 tot 1922 de eerste motorrijders van de bekende impresario Frans Diete in exploitatie. Verder exploiteerde Visser ook nog drie panopticums in deelgenootschap met Lahnstein, Wilson en Groenteman. In 1922 bracht Jan Visser de eerste grote abnormaliteitenshow op de kermis, ook ditmaal weer in samenwerking met de eerder genoemde Frans Diete. Ondanks alle successen in het kijkwerk bleef hij toch de Zuurkraam trouw, want dat was en bleef toch zijn belangrijkste bron van inkomsten.
MEER ZUUR Jan Visser en Henk de Wolf hadden inmiddels drie zuurkramen in exploitatie. Ook in de winter ging de handel gewoon door. De drie mobiele kramen gingen dan in de opslag en met kleine wagentjes en handkarren stonden ze dan op de markt in de Jordaan op de Lindegracht. In deze straat was tevens het woonhuis. De creativiteit van Marie de Wolf - Lahnstein kwam de inrichting van de kraam en de hygiëne zeker ten goede. Zij kwam altijd met oplossingen voor netjes werken en ook maakte ze zelf flessen met geconserveerde groente voor het opsieren van de verkoopkramen. De inhoud van deze flessen hadden een maximale levensduur van twee jaar en het kostte haar twaalf dagen om alles weer opnieuw te vullen. Henk en Marie schijnen ook de uitvinders te zijn van de rolmops.
DE EERSTE ROLMOPS Henk de Wolf was eens in Duitsland en zag daar wat opgerolde makrelen liggen. Thuis gekomen vertelde hij dit aan zijn echtgenote, Marie de Wolf - Lahnstein, waarna zij samen besloten dit ook eens met haring te proberen en deze vervolgens in azijn te conserveren. Henk wilde het opgerolde zeebanket, met de zich daarin bevindende augurk, met een paar luciferhoutjes vaststeken, maar hier werd direct door tante Marie ingegrepen, omdat zij vond dat dit zo niet kon. Zij vervaardigde zelf enige puntige houten stokjes en de eerste rolmops was geboren. In het begin ging het nog rustig met dit nieuwe product en werden ze slechts in beperkte hoeveelheid van tien stuks gemaakt. Het nieuwe artikel sloeg echter goed aan, zodat al vrij snel de productie verhoogd moest worden.
|